Marian en Max zijn even weg

Hotels

Laten we het eens over hotels hebben. Niet dat we dat niet al eerder deden, maar er is weer een mooie aanleiding: twee nogal opmerkelijke plekken waar we verbleven.

Om te beginnen Chateau Tongariro Hotel in Whakapapa. Een majestueus (bedoeld) gebouw dat je met zijn geel gepleisterde muren en rood pannendak al van verre ziet liggen als je de weg langs het Tongariro National Park volgt, met op de achtergrond de besneeuwde top van de Ruapehu. Je krijgt lang de indruk dat het het enige gebouw in de wijde omgeving is, en als je dichterbij komt wordt die indruk nauwelijks teniet gedaan. Ja, er is ook nog het skotel (ski-hotel) een eindje verderop, er zijn wat bungalows, een informatiecentrum en een paar cafes, maar voor het overige is Whakapapa een zo goed als imaginair dorp. Inderdaad, een ski-oord in de zomer.

Maar goed, terug naar het hotel. Het zijn eigenlijk twee gebouwen: het eerste gebouwd in het begin van de 20e eeuw, in het vertrouwen dat als je maar iets neerzette met de grandeur van de oude wered (denk Grand Hotel Budapest) de gasten vanzelf zouden komen. Het tweede toegevoegd aan het eind van de 20e eeuw, toen na de depressie en de na-oorlogse opbouwperiode (Nieuw-Zeeland stak nogal een vermogen in zijn bijdrage aan de beide wereldoorlogen) het toerisme weer echt op gang kwam.

Denk bij het eerste gebouw aan een verhoogd gelegen entree waar je echt met je auto voor komt rijden waarna er direct iemand in uniform naar buiten komt om je bagage in ontvangst te nemen, een grote hoge lounge met (brandende) open haard en ramen die een fraai uitzicht bieden op het weidse landschap en de (vulkaan)toppen Tongariro en Ngauruhoe en een ruim restaurant met tafels gedekt met damast en fonkelend kristal. Daarboven ongetwijfeld vorstelijke suites (en op de bovenste verdieping een soort dienstbodenkamertjes voor de minder welgestelde gasten - of het personeel van de juist zeer welgestelden) en in de spelonken eronder een kleine "plunge pool" (twee slagen breed en drie lang, maar te ondiep om die slagen te maken), een sauna, een wasserette en een kleine bioscoop.

Door de lounge loop je dan naar het wat verder naar achteren gelegen nieuwe gedeelte, dat zich in weinig onderscheidt van andere wat luxere hotels uit die periode. We hadden er een redelijk ruime kamer met een goed bed, een badkamer met (mini)bad en een televisie die zodanig in een wandmeubel was ingebouwd, dat de openstaande deurtjes elk effect van breedbeeld teniet deden. Omdat het een hoekkamer was, hadden we ramen in twee muren - waardoor we de middag van de tweede dag goed konden volgen hoe de werkzaamheden vorderden waardoor we urenlang van stromend water verstoken waren (ook weer zo'n kans van bijna nul, zou je zeggen).

Het fraaie restaurant trok voor het diner weinig eters (ook ons niet), vooral omdat de kaart -als je een beetje door de namen van de gerechten heenkeek- ongeveer hetzelfde bood als die van het ernaast gelegen cafe (waarmee het ook de keuken deelde). Tegen het prijsverschil kon ook de pianist die 's avonds voor de achtergrondmuziek zorgde, niet op.

En dan het tweede hotel, het Museum and Art Hotel in Wellington. Een zwart geschilderd betonnen gebouw aan wat we maar even de boulevard van Wellington zullen noemen, dat niet echt opvalt in de skyline die je ziet als je over zee aankomt. Dat moet vroeger anders geweest zijn, want volgens de taxichauffeur die ons van dit hotel naar de veerpont bracht, lag het tot 15 jaar geleden op een veel prominenter plaats aan het water, maar is het toen in zijn geheel over speciaal aangelegde rails zo'n 500 meter opgeschoven om plaats te maken voor het Te Papa museum. Een weinig opvallende entree voor voetgangers en een zijdeur in een soort parkeergarage (waarvan de ingang ook al niet opviel) en binnen een lounge die overging in een soort galerie waar fraaie redelijk moderne maar wel vooral figuratieve kunst staat en hangt. En dan niet middle of the road, maar veel heel uitgesproken en opvallend mooie werken. Op de derde verdieping een (duur) Frans specialiteitenrestaurant, waar we slechts ontbeten hebben. En ook hier een vriendelijke jongen die onze bagage naar onze kamer bracht, en die ons later perfect verwees naar een goede fotohandel waar we een vervanger konden kopen voor een van onze camera's, die onherstelbaar defect was geraakt. 

Onze ruime kamer lag aan de achterkant van het hotel, aan de stadszijde van het later aangebouwde gedeelte, en was voorzien van een keukengedeelte (met vaatwasser en was/droogcombinatie) en een televisie die de naam breedbeeld volledig waarmaakte. Ook hier natuurlijk een badkamer, met (stort)douche en (in dit geval zeer forse) badkuip. In de kamer geen kunst aan de muur, maar wel veel spiegels. Of waren het portretten van Narcissus? 

Uitzicht (via een raam dat niet open kon) op een redelijk drukke straat en op een voorziening die ook iets met stromend water te maken had, namelijk een soort abri op de straathoeken, bedoeld om voetgangers droog te houden tijdens het (lange) wachten op een groen voetgangerslicht. 

Dat wat betreft de hotels, met hun verschillen en overeenkomsten. Voor het overige was de ervaring zeer verschillend. 

Bij het Chateau was weinig anders te doen dan wandelen. Veel mensen komen er in de zomer naar toe om een echte alpine wandeling van ruim 17 km te maken, maar dat was ons sowieso te gortig). Wij hadden het geluk van een zonnige dag, en wandelden twee uur over vulkaanas en inmiddels afgekoelde lavastromen (de laatste uitbarsting was nog maar een paar jaar geleden), tussen dorre heideachtige struiken en door koele bossen, naar een mooie waterval en langs de stroom weer terug. En in het hotel keken we naar het nieuws over de gijzeling in het cafe in Sydney waar we een week of twee eerder op slechts 500 meter langsgelopen waren, en zagen we de reacties van publiek, politici en verantwoordelijken binnen het justitie-apparaat, precies volgens de patronen van het zoeken naar verantwoordelijkheden en het doorspelen daarvan zoals we verwacht hadden.

In Wellington begon het te regenen toen we aankwamen, en wel zo hard dat we onze regenjacks aan een ultieme test moesten onderwerpen (die een daarvan helaas niet geheel doorstond). Wandelen door de stad was dus geen echt genoegen, maar het Te Papa museum aan de overkant bood genoeg vertier en informatie voor een middag. Een leuke, kleine tentoonstelling van wat een liefhebber in de loop van de jaren in antiekwinkeltjes verzameld had (waaronder de oervorm van heel wat glazen vogels die wij thuis hebben staan). Een wat grotere verzameling Nieuw Zeelandse in internationale kunst. Grote tentoonstellingen over de geschiedenis van Nieuw Zeeland, over de geologie en de flora en fauna. En dat alles in een mooi gebouw. 

Vervolgens bleek de Big bad wolf waarop we vanuit onze kamer uitkeken niet slechts een plek waar varkentjes werden verwerkt tot prima vleeswaren, maar ook een aardig restaurant. Waarmee we ook weer een alternatief hadden voor de uitverkochte optredens van Joan Armatrading en Jethro Tull, en voor de Christmas pantomimes in het nabije theater.

PS: aan de serie foto's van Wellington hebben we er nog een aantal toegevoegd.

Reacties

Reacties

Coen en Diny

Voor een gelukkig kerstfeest zijn we, mede door het tijdverschil een beetje laat. We wensen het jullie in ieder geval wel toe.
Verder de allerbeste wensen voor het nieuwe jaar. Dat jullie van veel moois mogen genieten.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!