Marian en Max zijn even weg

Minder goed bezig

We lopen een eind achter met dit blog. Ons vorige verhaal ging over de manier waarop we eerste kerstdag doorbrachten (tweecentimeterlange grijze krekels zoeken tussen het grind omdat ze uniek zijn, decimeterlange Douglassparren uit de grond trekken omdat het exoten zijn) en inmiddels is het al 12 januari en is onze reis door Nieuw-Zeeland bijna ten einde. Maar goed - we hadden ook nog de fotoverslagen. En een beeld zegt meer dan duizend woorden, dus het valt nog mee.

Maar laten we de draad weer oppakken, en het contrast schetsen tussen het eco-toersme waarover we in onze vorige blog schreven, en het massatoerisme waarin we na Arthur's Pass terecht kwamen.

We reden op tweede kerstdag (boxing day) terug naar de westkust, eerst naar Kumara Junction en vervolgens naar Hokitika, Franz Josef Glacier en ten slotte Fox Glacier. Nogal rustig op de weg, dus we konden stevig doorrijden (de maximumsnelheid is hier buiten de bebouwde kom vrijwel overal 100 km/h - op slingerende, nogal smalle tweebaanswegen met regelmatig een enkelbaans brug erin, waar meestal gewoon geldt dat de eerste die aankomt voorrang heeft boven de tegenligger).

In Hokitika even gestopt om te tanken en een kopje koffie te drinken, en ook een sieraad te kopen van jade uit de nabijgelegen rivier. Gemaakt door een steensnijder met Maori voorouders, werd ons verzekerd, want anders had hij de jade niet eens mogen oprapen, laat staan verkopen (bij de herstelonderhandelingen over het verdrag van Waitangi hebben de Maori van het Zuid-eiland het alleenrecht gekregen). 

Maakt Hokitika al de indruk een beetje op de toerist gericht te zijn, zodra je bij Franz Jozef Glacier aankomt weet je het: dit is Valkenburg. En Fox Glacier, hemelsbreed een paar kilometer verderop, maar over de weg nog even een pittig stukje bergrijden, is misschien net iets rustiger, maar wel erg verwant. Beide verzamelingen hotels / motels / winkels zijn ooit echt neergezet ten behoeve van de toeristen die al 100 jaar geleden in (relatief) groten getale toestroomden om de (relatief) snel stromende gletsjers te zien. Gletsjers die, natuurlijk, hoog in de bergen beginnen maar die hier doorlopen tot vlakbij zee (een paar honderd meter boven zeeniveau, op een kilometer of 20 van de kust). 

Dat is bijzonder, maar de toeristen komen toch vooral vanwege de beleving: je kunt vrij makkelijk tot vrij dicht bij de gletsjerwand lopen, en dat is een imposant gezicht. Overigens moet je tegenwoordig een stuk verder lopen dan de toeristen van 100 jaar geleden, want de gletsjer brokkelt / smelt in hoog tempo af en trekt zich meters per jaar terug. Nou ja "trekt zich terug" suggereert dat de glesjer het zelf doet, maar het is natuurlijk een effect van de opwarming van de aarde.

Aan die opwarming (voorzover een gevolg van CO2-uitstoot) doen veel toeristen hier ijverig mee. In de eerste plaats natuurlijk door naar Nieuw-Zeeland te vliegen, en vervolgens heel lokaal door zich met een helicopter naar de bovenkant van de gletsjer te laten transporteren, zodat ze er een paar minuten op kunnen staan. We moesten even denken aan onze tafelgenoten, de dag ervoor, met het verhaal over de waterval in Zuid-Amerika waar je toch niet een halve dag naar toe ging lopen als je er met een helicopter in een paar minuten kon komen.

Nu begon het al een paar uur na onze aankomst stevig te regenen uit zeer laag hangende wolken, dus veel vluchten werden geschrapt - een teleurstelling voor wie geboekt had, maar voor ons wel prettig want een van de exploitanten gebruikte het weiland naast ons hotel als helihaven. Het hotel (High Peaks) was trouwens meer een klassiek motel: een kamer met een veranda, een parkeerplaats voor de veranda. Niet bepaald luxe, maar wel een heel vriendelijke en zorgzame dame (type Edith Bunker) die ons ontving en ons ontbijt verzorgde.

We maakten, tijdens een relatief droog uurtje, een wandeling rond Lake Matheson. Aanbevolen vanwege de "view of views": de weerspiegeling van Mount Cook en Mount Tasman in het heldere water. Maar daarvoor moet je wel (heel) vroeg zijn (want dan is het nog windstil) en op een heldere dag. Wij waren niet vroeg, het woei sowieso de hele dag en het was dicht bewolkt. Maar toch: een mooie wandeling.

Bij het meertje een paar informatieborden over de (recente) geschiedenis van deze omgeving. Hoe in de tweede helft van de 19e eeuw gelukzoekers toestroomden (vooral uit het toen erg arme Ierland) omdat op het strand goud was gevonden. Hoe velen dat niet overleefden, omdat de zee en de rivieren erg onberekenbaar zijn. Hoe de goudkoorts snel weer zakte en de meesten vertrokken, behalve twee broers (en hun gezinnen) die bedachten dat de door de gletsjer(stroom) gevormde vlakte goede landbouwgrond zou zijn - als ze de bomen weghaalden. Hoe ze dat voortvarend deden, hun vee ruim 100 kilometer langs het strand naar de markt brachten en zo de basis legden voor het dorp - dat dus ook een andere ontstaansgrond heeft dan het toerisme. 

Hierdoor geinspireerd besloten we naar het strand te gaan. Je weet immers maar nooit. Het was er droog en er was geen kip. Opmerkelijk eigenlijk, want op de 12 km lange steenslagweg ernaartoe kwamen we nog best veel verkeer tegen. Goud hebben we er niet gevonden - slechts het achtergelaten bovenstukje van een bikini, dat wapperde in de wind.

Bij het strand ligt een kerkhofje, waarvan de stenen hetzelfde verhaal vertellen als de informatiepanelen - maar nu in de woorden van liefhebbende echtgenotes, vader en zonen. En dan waren er nog de graven zonder steen.

Culinaire hoogtepunten vonden we niet in Fox Glacier, maar we hebben goed gegeten in een soort campingrestaurant (Fox Lodge) en in cafe Matheson bij het meertje.

Vanuit Fox Glacier (bij het ontbijt hadden we trouwens nog even een mooi zicht op de beide Highs Peaks) leidde onze reis ons naar Wanaka. Daarbij kwamen we eerst langs de tweede Wilderness lodge van onze gastheer en -vrouw in Arthur's Pass (gelegen aan Lake Moeraki - lang niet zo mooi, dachten we) vervolgens door Haast (daar is haast niets) en over een mooie pas. Ten slotte, uren later, een heel fraaie rit langs Lake Wanaka en Lake Hawea - waarna we weer in Valkenburg belandden.

Wanaka bleek nogal druk en erg op toerisme gericht. Met name watersporters vinden hier een eldorado, en dan vooral de zwaar gemotoriseerden onder hen. Het enorme meer is vergeven van de speedboats en jetskis. Veel herrie dus, althans overdag. Wel leuk om de drukte te zien bij de jetties, waar de boten van de trailers in het water werden gelaten. Een beetje alsof je naar schutsluizen kijkt - niet iedereen is even bedreven.

Bij ons goed gelegen appartementencomplex (Edgewater; we hadden een mooi, ruim tweekamer-appartement) viel wel een beetje te zwemmen, maar het water was (nog) koud - zoals dat gaat met smeltwatergevoede bergmeren.

Hadden we gewild, dan was het uiteraard ook hier mogelijk geweest helicoptervluchten te maken of allerlei soorten boottochtjes, maar we wilden niet. Gegeten hebben we op ons terras: een keer goede paella (!) via de roomservice, en een keer wat koude hapjes uit de supermarkt.

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!