Marian en Max zijn even weg

Dolce far niente

Het eerste deel van ons tweede Sardinie-blog beginnen we te schrijven op ons balkon van hotel Sa Muvara in Aritzo. Een wat klassiek hotel, bestaande uit een ouder en nieuwer gedeelte, een aangebouwd restaurant, een zwembad annex fitness- en saunadeel en een aantal terrasjes verspreid over het terrein. Rustig gelegen net buiten het stadje - zo rustig dat men meent dat de gasten weg zullen lopen als niet 's ochtends vroeg de radio bij het zwembad aangaat om pas 's avonds om een uur of zeven weer uit te gaan. Dan gaat trouwens ook de bar bij het zwembad dicht en word je niet meer geacht daar in te duiken, terwijl pas om drie uur 's middag's het dagelijkse schoonmaken afgerond wordt verklaard, en het zwembad geopend. Nou ja, wie wil er nu ook voor het ontbijt zwemmen, of voor de lunch? Alleen gekke Hollanders die hebben leren zemmen tijdens lessen die om half acht begonnen, en die bij een watertemperatuur van 16 graden werden ingekort tot even er helemaal in, er weer uit en dan direct onder de (koude) douche.

Maar dat terzijde. Opmerkelijker zijn het restaurant, dat nogal forse porties eten van wisselende kwaliteit serveert (de antipasti is prima, maar de vleesgerechten worden nogal ontsierd door telkens dezelfde saus met maggi-smaak) en de afwezigheid van internet. Althans, sinds een uur of vier na onze aankomst er een onweersbui losbarste waarbij er stevige hagelstenen en erg veel regen naar beneden kwamen, waardoor kennelijk in de hele omgeving telefoon, internet en electriciteit uitvielen. Van dat laatste merkten we alleen maar iets doordat er de hele nacht een noodaggregaat stond te ronken, maar het ontbreken van internet duurt inmiddels al 48 uur (noot: uiteindelijk was er op de dag van ons vertrek, drie dagen later, nog geen internet in het hotel)  

De omgeving hier is aangenaam. We zitten midden in de Sardijnse bergen, die hier niet al te ruig zijn maar aardige doorkijkjes en panorama's bieden. Er zijn wat niet al te zware maar wel mooie wandelingen, en het stadje zelf is ook de moeite waard. Sommige attracties -zoals de oude gevangenis- laten we echter maar links liggen wegens overdadige consumptie in het verleden, andere -zoals het smalspoorlijntje- zijn nog niet in bedrijf omdat het echte toeristenseizoen pas over twee weken start. Kortom, we luieren maar wat.

De volgende stop op onze reis is agriturismo Rocce Bianchi, in de buurt van Arbus. Dicht tegen de westkust, in een bergachtig maar minder hoog gebied. Was onze kamer in Aritzo echt groot (met twee brede bedden, een soort eethoek en een ruime bank- plus een forse badkamer en een relatief klein terras), nu hebben we niet echt veel meer dan een metertje aan drie kanten van het tweepersoonsbed (dat overigens een keiharde matras blijkt te hebben), een niet onaardige badkamer en een vrij groot terras. Verder is er ook hier een zwembad en zijn er diverse terrasje over het hele terrein. En er is het restaurant - of liever gezegd de eetzaal, waar we aan lange tafels allemaal hetzelfde te eten krijgen. Niet heel anders dan in Aritz, wel lekkerder. 

We krijgen van Stefano, de enigszins Nederlands sprekende zoon van de eigenaar, de eerste avond een plekje aan tafel toegewezen tegenover het enige andere Nederlandse stel (verder zijn er Italianen, Duitsers en Zwitsers), een echtpaar van onze leeftijd met wie het direct klikt. Vergelijkbare achtergrond, opleiding, arbeidsverleden - en ook een paar gemeenschappelijke kennissen. In elk geval genoeg om drie avonden met elkaar over te praten zonder dat het gaat vervelen - zeggen ook zij.

In Arbus en wijde omgeving starten de dag na onze aankomst de feesten rond Sint Antonius van Padua, waarbij o.a. vanuit Arbus een processie naar een kerk in een dorpje aan zee vertrekt, 35 km verderop. We laten dat aan ons voorbij gaan, maar zien in een ander dorpje wel wat tekenen van feestgedruis: mensen in klederdracht, feesttenten, versierde straten, gesloten winkels en bierdrinkende mannen. Die eerste dag van ons verblijf doen we weer rustig aan, met een middagje bij het zwembad waar bij Max, door een onweglegbaar boek (De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje) het aanbrengen van beschermingsfactor 50 er even bij inschiet, hetgeen weer resulteert in aanmerkelijke roodkleuring die dagen aanhoudt.

De volgende dag zijn we actiever, met een bezoek aan een mooie (en enorm grote) druipsteengrot, de Grotta di Manau, en aan de overblijfselen van een Punisch / Romeinse tempel (Tempio di Antas). Plus, ter afsluiting, een verfrissend half uurtje in zee, aan een rustig en mooi strandje.

De dag daarna, op weg naar ons laatste onderkomen, blijken we de weg te volgen die de processie gevolgd heeft. Althans, we komen in het dorpje Sant Antonio di Sartadi, waar om 11 uur 's ochtends het cafe waar we koffie drinken al veel bierdrinkende mannen bevat. Er is markt, en we kopen wat etenswaren bij een oude mevrouw aan wier gebit te zien is dat de tandarts hier tot nog niet eens zo lang geleden een onbekend fenomeen was. Of een fenomeen met weinig anders in het assortiment dan trekken. Bij het passerenvan de kerk zien we dat het standbeeld van sint Antonius er staat. Hiervandaan zal het de dag daarna worden teruggedragen - een tocht van toch al gauw twaalf uur, blijkt uit het programma.

Maar dat terzijde. We moeten hier een soort rivierdelta oversteken, maar de weg leidt over een brug die is afgesloten voor alle verkeer. Dat betekent dus een eind omrijden, maar het gaat uiteindelijk vlot. We komen terecht in wat naar we aannemen de "tuin"  van Sardinie is: een redelijk groot, vlak gebied dat doorsneden wordt door kanalen en waar zo te zien heel wat agrarische activiteit plaatsvindt. Niet mooi, wel welvarend.

De tocht brengt ons vroeg in de middag in onze laatste verblijfplaats: Cabras, waar we een kamer hebben in een "albergo diffuso"  - oftewel een hotel dat verspreid is over een aantal huizen die verspreid liggen in een oud deel van het stadje. Alle, zo te zien, mooi opgeknapt en met een fijne binnentuin en sommige ook met een zwembad. Zo niet het onze, maar als we willen kunnen we gebruikmaken van dat bij het huis aan de overkant.  

Cabras ligt op een schiereiland aan een grote lagune. Naast landbouw is hier de visserij belangrijk, en dat merken we als we 's avonds gaan eten in een trattoria die ons door de dame van het hotel wordt aanbevolen: het menu bevat alleen maar vis. Die overigens prima smaakt en niet duur betaald hoeft te worden. 

We doen rustig aan, lezen veel in de tuin (nu wel beschermd) en maken op de tweede dag een wandeling over een kustpad dat een paar mooie rots-en-zeepanorama's biedt. Waarna de trattoria ons nogmaals als klant begroet, en we weer smullen van visjes.

Straks, na het ontbijt, rijden we naar Cagliari om via Milaan terug te vliegen.

Wat we trouwens inmiddels gedaan hebben, zonder ook maar iets mee te maken wat het vermelden waard is.

Reacties

Reacties

Tineke Snaterse

Beste Marian en Max,
Genoten van jullie plezierige, uitvoerige beschrijving van de diverse locaties en bezienswaardigheden van het fraaie Sardinië. Een auto-reisje door de laars van (en de rest van) zuid-Italië, 10 jaar geleden dat ik samen met Jan maakte, is vergelijkbaar rustig, en als mogelijk volgende bestemming zeker ook zeer aan te raden!
Sicilië is, zo hoorde ik van iemand die gisteren net van dat eiland terugkwam, op dit moment -begrijpelijk- overvol, ook met toeristen.
Groet, Tineke

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!