Marian en Max zijn even weg

Polite Dutch

Aix-en-Provence, Finale Ligure – het waren slechts voorproefjes van het piece de resistance van deze voorjaarsvakantie: Colleretto Giacosa en Villalta di Gazzo Padovano. Oftewel, de etappes van de zesdaagse wijnreis door Noord-Italië die we een paar maanden geleden boekten omdat hij er zo aantrekkelijk uitzag. Twee maal drie dagen in een tot klein hotel omgebouwde villa, met telkens een wijnproeverij en een diner en eenmaal een “klein geschenk”. En dat voor een schijntje van wat we vorig jaar betaalden voor acht weken Nieuw Zeeland.

Collereto Giacosa ligt iets ten noord-westen van Turijn, aan het begin van het Aosta-dal. Daar waren we een paar jaar geleden al eens, en ook in het gedeelte van Piemonte waar we op weg ernaartoe doorheen reden. Het was ons toen goed bevallen: geweldig eten en idem wijn. Onze verwachtingen waren dus hooggespannen.   

De reis verliep voorspoedig -het was gelukkig beduidend minder druk op de weg dan de dag ervoor, toen we vanaf ons terras enorme files op de snelweg zagen, die pas laat in avond oplosten. We waren dus al om 12:30 bij Villa Soleil, ons eerste verblijf. Maar ja, de check-in was pas vanaf 16:00. En als ik zeg 16:00, dan bedoel ik 16:00. Deuren en hekken op slot, en bordjes bij de bellen dat het echt geen zin had om ze voor die tijd te gebruiken. En zelfs iemand van het personeel die -toevallig, dat wel- naar buiten kwam en dat nog eens benadrukte.

Goed, dan maar van de nood een deugd gemaakt en Ivrea verkend, de nabijgelegen grote plaats en -de kennertjes weten dat natuurlijk- de geboorteplaats van de Lettera 35 en nog veel meer van die fijne Olivetti schrijfmachines. Nou, laten we het zo zeggen: er zijn mooiere plaatsen in Italië. En betere restaurants dan dat waar we onze lunch genoten, maar daar moet bij gezegd worden dat we er wat aan de late kant waren en het dus moesten doen met wat anderen versmaad hadden. Trouwens: het smaakte gewoon goed, en meer hoefde het ook niet te zijn. En zelfs de mooiste Italiaanse steden zijn tussen 14:00 en 16:00 niet op hun best, als alles dicht is en de inwoners achter gesloten luiken dingen doen die het daglicht niet kunnen verdragen. Waar nog bij komt dat het weer inmiddels wat betrokken was, en dan ziet ook de mooiste stad er al gauw wat somber uit.

Het zal dus niet verbazen dat we tegen vier uur weer bij het hotel waren, en daar om twee over vier aanbelden, na eerst nog even gewacht te hebben of hek en deur vanzelf zouden opengaan. En ja, we waren welkom, al moest de vriendelijke man die ons ontving zijn uniformjasje nog even dichtknopen. Een aangename, grote kamer aan de binnenplaats. In een bijgebouwtje van recente datum, dat wel, maar met uitzicht op de villa en zo nu en dan WiFi. En met uitzicht op de wijnproeverij en een smakelijke maaltijd.

Ach ja, hoe gaat dat dan. De wijnproeverij bestond eruit dat we aan de bar van het hotel vier bodempjes wijn kregen ingeschonken, waarbij de barkeeper ons vertelde van welk wijnhuis en druiven ze waren. Veel meer wist hij er ook niet van, of in elk geval niet te vertellen in het Engels. En de maaltijd, die zijn we alweer vergeten. Wat natuurlijk betekent dat hij niet bijzonder slecht was, dat moet ook gezegd.

De volgende dag begonnen met een goed ontbijt en een wandeling door het dorp, inclusief het hoger op een heuvel gelegen deel. Mooie uitzichten op de bergen, en vooral verheugend dat het lopen zo goed ging. Lunch in de plaatselijke pizzeria, die verrassend smakelijk bleek. De middag wat verlummeld en ’s avonds naar Ivrea voor het diner, dat we genoten in Osteria San Maurizio. Een bijzonder aangename ambiance, en het eten was ook prima. Lekkere voorgerechtjes uit het Aosta-dal, en een in plaatselijke wijn gestoofd konijntje.

De volgende ochtend in Ivrea bij de plaatselijke fotohandelaar een nieuwe compactcamera gekocht (volgens hem een macchina fotografica, al begreep hij de “technische term” camera ook wel), die allerlei leuke snufjes blijkt te hebben (zoals panoramaopnamen en een HDR-functie die bij weinig licht heel fraaie foto’s oplevert). Eigenlijk best een prestatie, gegeven het feit dat wij nauwelijks Italiaans spreken en de man geen woord Engels. Daarna een wandeling door het wijndorp Carema, een kilometer of 20 verder het Aosta-dal in, en een bezoekje aan het Museo d'Arte Contemporanea all'Aperto in Maglione. Dat laatste betekent overigens dat er 30 jaar geleden op heel wat huizen muurschilderingen zijn aangebracht door -toen- hedendaagse kunstenaars en er ook wat beelden staan. Niet heel spannend allemaal, maar wel de moeite waard om te zien. En om gezien te worden, want de mevrouw die haar man aanstootte en, op ons wijzend, uitriep “il professore” had duidelijk ook weer een goede dag. De dag afgesloten met weer een diner in Osteria San Maurizio,waar ook andere gerechten op de kaart goed bleken, net als de wijn uit Carema.

De volgende dag uitgecheckt bij dezelfde man bij wie we hadden ingecheckt, die overigens Alberto heette (net als Einstein, zei hij) en de manager bleek, en die we in de dagen van ons verblijf al hadden zien lopen in een koksgewaad en in de tuin bezig hadden gezien met het planten van begonia’s en het opbouwen van wat er allemaal nodig was voor een huwelijk dat een week later in de villa gesloten zou worden. Van hem behalve het “geschenk”, een klein flesje wijn, ook de complimenten in ontvangst genomen dat we zulke “polite Dutch” waren (hij was het kennelijk ook anders gewend) en hem dus maar gecomplimenteerd met zijn goede Engels.

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!