Marian en Max zijn even weg

Wij zijn de beroerdste niet

Of we naar Vinales moesten, schreeuwde de man beneden in de straat naar ons balkon, en hij wees uitnodigend naar zijn oldtimer. Of we een deeltaxi besteld hadden, vroeg onze huisbaas. Ja, dat kon kloppen - althans, we moesten naar onze volgende bestemming in Vinales, om negen uur zou onze chauffeur zich melden en in wat voor taxi we zouden reizen was ons onbekend. Er zaten al twee meisjes van een jaar of twintig in, hun rugzakken in de kofferbak, dus het kostte wat moeite om onze drie koffers erbij te krijgen. En of we maar met z'n tweeen naast de chauffeur wilden gaan zitten, want we moesten nog iemand ophalen en dan kon die er nog naast op de achterbank. Nu, dat ging - die oude bakken zijn breed en zo'n voorbank biedt best plaats voor drie, vooral omdat de versnellingspook ergens in het dashboard zat.

Onze chauffeur had een briefje met daarop het adres waar hij nog iemand moest ophalen, en een basaal idee van waar dat ongeveer moest zijn. Het resultaat was dat we nog een tour kregen door Havanna: op aanwijzing van mensen die hij op straat aansprak en die het ook wel ongeveer wisten, in steeds kleinere cirkels door een woonwijk - tot hij ineens zag: hier om de hoek moet het zijn. Maar ja - eenrichtingsverkeer. Hij is zijn vrachtje maar even lopend gaan halen, want anders reden we er nu waarschijnlijk nog. Gelukkig had ook deze dame maar een enkele rugzak bij zich, zodat de klep van de kofferbak nog dicht kon. Met een touwtje, dat wel. 

Al met al was het zeker een uur verder voor we op de snelweg zaten, voor een rit die twee / tweeeneenhalf uur zou duren. Dat moest natuurlijk worden ingehaald, dus hij zette er flink de sokken in, waarbij bleek dat zo'n oude bak dankzij de nieuwere dieselmotor die er in zat, best harder kon dan de maximumsnelheid van 100. Avontuurlijk, wel, want ook de snelweg zat vol met gaten en ander ongerief in het wegdek, en er reed van alles op: trage vrachtwagens, paard-en-wagens, fietsers. En elk viaduct was kennelijk ook een bushalte, waar mensen aan de wegkant zaten of even naar de middenberm liepen omdat daar nog een plaatsje in de schaduw was. Vanaf onze plek op de voorbank hadden we daar goed zicht op, en ook op het redelijk afwisselende landschap. Maar misschien nog wel belangrijker: we zaten wat verder van de luidsprekers waar onze chauffeur pittige Cubaanse muziek uit liet komen. En we konden wat met hem praten, en hem overhalen onderweg te stoppen voor een kop koffie. Dat kostte even tijd, want het barretje verkocht ook sigaretten en drank, en zoals op veel plaatsen ging de lokale bevolking voor bij het doen van de inkopen. 

Nou ja, het lukte, en na 20 minuten reden we weer. Maar niet voor lang. Politiecontrole. Waarop bleef ons onduidelijk, maar onze chauffeur was duidelijk gepikeerd: toen we tien minuten later weer reden, pakte hij zijn telefoon om zich even stevig af te reageren. Op zijn baas, zijn vrouw - we zullen het niet weten, maar het duurde een tijdje voor hij wat gekalmeerd was en de muziek weer aanzette. 

De reis verliep verder zonder veel bijzonderheden, en rond een uur waren we in Vinales. Daar was het even zoeken naar onze casa - een habitacion waar geen kamer(s) worden verhuurd is in dit dorp zo zeldzaam als in Zandvoort in de zomer. Maar het aantal straten is beperkt, en we bleken sowieso al op de juiste te rijden. 

Een hartelijke ontvangst door de oudere dame die in eigen huis en het omgebouwde huisje ernaast kamers verhuurde. En door een jongen die wat boos leek op onze chauffeur. En door een verhitte man met brommerhelm die zich voorstelde als de plaatselijke vertegenwoordiger van onze reisagent, en die zich verontschuldigde voor het misverstand: wij hadden opgehaald moeten worden door een privetaxi, bestuurd door de wat bozige jongen die kennelijk voor niets op en neer was gereden naar Havana. Of hij ons als compensatie een diner mocht aanbieden in onze casa. Ach, dan zijn wij de beroerdste niet.Lunch in een italiaans restaurant. Siesta. Een drankje op onze veranda, zittend in een schommelstoel. Kijken hoe bij de overbuurman graszoden worden bezorgd door een man met een ossenwagen. Gaan eten in een visrestaurant, dat bij de eerste hap al betreuren en vervolgens de eigenaar zeer ongelukkig maken door het maar direct weer uit te kotsen. In het toilet, weliswaar, maar duidelijk hoorbaar. Een beetje weinig gegeten dus, maar de rekening werd ook navenant aangepast.

Gelukkig niet echt beroerd geworden en goed geslapen, ondanks dat de straat waaraan onze casa ligt wat druk is, en vooral vrachtauto's niet voorzien lijken van (functionerende) knalpotten. Een smakelijk ontbijt, en op naar het plaatselijk museum waar een gids op ons zou wachten voor een wandeling door de vallei. Hij bleek niet alleen op ons te wachten, maar een groep van zo'n 20 Nederlanders en Duitsers te begeleiden. Allemaal redelijk ter been, en bereid om te luisteren naar zijn vele toelichtingen op de bloemen en vogels die we onderweg tegenkwamen. Een bezoekje aan een boerderijtje waar een krasse grijsaard ons het geheim van zijn goede gezondheid toonde (gemberwortel) en zijn zoon ons zelfgeteelde koffie serveerde. Vervolgens een tabaksboer die uitlegde dat hij 90% aan de staat moest verkopen en dus maar 20% zelf tot sigaren kon verwerken om aan de toeristen te verkopen - wat hem toch elke dag een paar keer moest lukken, zo te zien. Een barretje in het bos waar we ananassap te drinken kregen uit enigszins uitgeholde grapefruits, en de fles met vitamine R op tafel stond om deze drank naar believen op sterkte te brengen. 

Een alleszins aangename en interessante ochtend, want de omgeving waar we liepen was gewoon mooi en onze gids wist veel te vertellen.

Lunch (gazpachho en spaghetti in een goed uitziend restautant - even geen risico), siesta, een paar uurtjes op de veranda en vervolgens het ons aangeboden diner. Bereid door onze gastvrouw, die stevig had uitgepakt met grote stukken gebraden varkensvlees, rijst, zwarte bonen, salade en chips van een aardappelachtige wortel waarover onze gids die ochtend nog had verteld. Nog even de hoofdstraat op en neer en kijken op het plein waar de dorpsjeugd en de jeugdige toeristen bij elkaar klitten en dansten op keiharde muziek.

De volgende ochtend een korte wandeling naar de plaatselijke botanische tuin die net wat meer leuke planten bevatte dan we hadden verwacht en ook nog mooi was aangelegd, met een rondleiding door een jongen die van veel planten -de soorten die bij ons als kamerplant gebruikelijk zijn- de Nederlandse namen kende. Daarna naar eigen inzicht nog een wandelingetje door de vallei, enigszins gehinderd doordat er geen kaart van de omgeving te vinden was. Lunch in een restaurantje onderweg waar de tortilla's geserveerd werden met zoveel bijgerechten dat we er toch nog 20 CUC aan kwijt waren. Plus 20 CUP voor het bandje dat ineens opdook en ons vergastte op Yesterday, Hotel California en Besa me mucho, deuntjes die we als inmiddels ervaren cubatoeristen zo zouden kunnen meezingen, ware het niet dat zoiets licht een verkeerde indruk zou wekken. Het is toch jammer dat de toestroom van veel toeristen wel de economie maar niet perse de culturele diversiteit ten goede komt. 

NB: dit blog is geschreven op 19 en 20 november, maar geplaatst na thuiskomst op 30 november (ivm gebrekkige internet-toegang in Cuba)

Reacties

Reacties

Jeannette

Fantastisch om jullie verhalen te lezen! Ook al zijn jullie al weer thuis. Misschien juist des te beter, we weten dan dat jullie weer veilig in dit koude kikkerlandje zitten. met weliswaar prima kamerplanten die nu ook een Cubaanse naam hebben misschien

Carla

Welkom thuis.

Het was weer plezierig met jullie mee te reizen.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!