Marian en Max zijn even weg

De paden op, het water in

Omdat we na anderhalve dag Trinidad al wel een beetje uitgekeken waren op de stad, wilden we een uitstapje. Een stukje lopen in de bergen, bijvoorbeeld. Onze reisgids meldde immers niet voor niets dat er twee niet al te lange en zware wandelingen waren, zo'n 15 kilometer buiten de stad. Daar moest je toch met een taxi kunnen komen, en de eigenares van onze casa kon vast wel vertellen hoe we dat konden regelen. 

Dat liep wat anders, want op het ogenblik dat we dat gingen vragen meldde ook onze gids voor de stadswandeling zich, 10 minuten te vroeg. En omdat de eigenares zelf er niet was en haar man weinig Engels sprak, liet deze het graag aan onze gids over om een en ander uit te leggen. Nou, dat zou hij onderweg doen. Resultaat was -natuurlijk- dat we het bureautje binnenliepen waarvoor hij werkte, en dat voor de volgende dag een mooie aanbieding had: vervoer naar het startpunt en terug per bus, een gids, een uitstapje naar een koffiehuis, een restaurant en uitzichtpunt tussendoor, en koffie, lunch en een drankje bij het eten inclusief. Voor maar dertig CUC, terwijl een taxi er toch zeker 40 of 50 zou kosten. En ze hadden nog twee plaatsen, voor de wandeling naar de waterval. Goed, het is als de zwarte markt: je weet dat je teveel betaalt, maar soms ben je gewoon te lui om de extra moeite te doen die nodig is om een paar centen te besparen. Verkocht, dus.

De volgende ochtend vroeg op, want vertrek om 9:00 uur. Nou ja, negen uur Cubaanse tijd, dus het werd half tien. Onze gids was een dame van een jaar of dertig, die er stevig de wind onder had. Althans, wilde hebben. In de bus lukt dat heel aardig, toen ze het programa uiteen zette en ons vertelde dat we als groep vooral bij elkaar moesten blijven, want 42 was best veel. Dat vonden wij ook, zelfs als je het alleen maar als aantal deelnemers opvatte. Bij de eerste stop, waar zij onze betaalbewijzen moest omzetten in toegangskaartjes voor het nationale park, lukte het ook nog - zij het dat ze ons ineens toestond om uit de bus te stappen, terwijl ze ons eerder bezworen had dat we moesten blijven zitten. Echt mis ging het vervolgens bij de tweede stop. Ze wilde ons uitleggen hoe koffie van plant tot kopje komt, maar niet iedereen kon haar Engels direct volgen vanwege de onverwachte klemtoon keuze. Dat leidde tot wat geroezemoes, waarop zij "Silence" gilde en wij wisten dat we de rest van de dag ondeugende schoolkindertjes waren, en zij de steeds wanhopiger wordende juf. Sommige signalen zijn in alle culturen hetzelfde, al kan de reactie verschillen: de Italianen, de Spanjaarden en de (Franstalige) Belgen reageerden er meteen op met meer geroezemoes, de Denen, Nederlanders en Duitsers gingen verder stilletjes hun eigen gang. Ach, orde houden blijft een kunst.

Na de koffie en een ingevoegde stop bij een boerderij waar we wat bananen en andere leeftocht konden kopen (de lunch zou pas om drie uur zijn) kwamen we aan het beginpunt van de wandeling: een uit oude verwarmingsradiatoren gebouwde trap tussen een paar flatgebouwen die een uit het oosten van Duitsland afkomstige mede-wandelaarster erg deden denken aan haar jeugd. Afdaling naar een rivierbedding, oversteken over stapstenen, stijgen naar een vrij vlak pad door een bos - en toen de laatste 500 meter. Die zouden wat zwaarder zijn, en dat bleek niet teveel gezegd. Ruim 100 meter dalen, met afwisselend steile en zeer steile stukken, soms met natuurlijke treden van zo'n 50 centimeter hoog. Ideaal om eens te kijken of onze nieuwe heupen goed zaten, zullen we maar zeggen. De afdaling hebben we als  laatsten gedaan, zo langzaam aan dat de dapperen uit de groep al ruimschoots in het meertje onder de waterval lagen toen wij aankwamen. Onze gids meldde dat we na een half uur weer naar boven zouden gaan, dat wie wilde al vooruit kon gaan en dat zij hekkensluiter zou zijn. Nou wilden wij toch al niet het water in, dus na een beetje uitgerust te hebben zijn we maar gaan klimmen. Tot onze verbazing werden we tijdens de klim en de daarop volgende terugwandeling van een kilometer of vier maar door een deel van de groep ingehaald, en kwam onze gids pas op het eindpunt aan toen wij al van ons bij het plaatselijke winkeltje gekochte blikje frisdrank genoten. In de bus merkten we echter dat dat niet (alleen) kwam door onze goede conditie - de Italianen, de Spanjaarden en een aantal Belgen waren kennelijk verkeerd gelopen, want kwijt.

Wat nu? Na beraad met de chauffeur besloot de gids dat zij zou blijven wachten terwijl wij naar het restaurant gebracht werden, maar net toen ze wilde uitstappen kwam een van de Spanjaarden aanhollen. De ontbrekende wandelaars bleken op de terugweg ingegaan te zijn op het aanbod van een paar ondernemende Cubanen om de rest van de tocht te paard af te leggen. Op zichzelf geen slecht idee, alleen bleken de paarden een ander eindpunt in het hoofd te hebben dan onze gids. En ja, een paardehoofd is nu eenmaal groter dan dat van de mens die het dier toevallig berijdt.Veel hilariteit dus toen de groep weer compleet was, en bij de gezamenlijke lunch wist onze gids de feestvreugde nog te vergroten door dingen te roepen als "Guys, put your hands in the air", aan welk verzoek we natuurlijk gevolg probeerden te geven (naar keuze met een of twee handen) voordat ze haar zin kon afmaken met dingen als "if you don't want pork", "if you want beer or water". Haar tellingen kwamen nooit precies op 42 uit. Maar uiteindelijk heeft iedereen gegeten en gedronken, en is ook de hele groep weer in Trinidad teruggekomen.

De volgende ochtend vertrek naar onze laatste verblijfplaats: de al zeker 100 jaar toeristische badplaats Varadero, aan de noordkant van het eiland. Een tocht van ruim drie uur door landbouwgebied, wat ons de gelegenheid gaf iets te zien van het echte Cubaanse leven: huisjes ter grootte van een forse sta-caravan, om de ca. tien kilometer exact hetzelfde gebouwencomplex waar kennelijk iets met de oogst (suikerriet, vruchten, graan) werd gedaan, en ergens langs de weg een burgerbrigade die op zich op de vrije zaterdagochtend nuttig maakte voor de gemeenschap door de brugleuning weer mooi wit te schilderen.

Varadero bleek, althans in het deel waar onze casa lag, minder erg dan gevreesd: nauwelijks iemand op straat, een rustig strand op 200 meter en een goed restaurant om de hoek. Hier aan het eind van de middag maar wel naar het bounty strand en het water in: mooi helder, en zeer aangenaam van temperatuur. Het enige wat nu ontbrak, was een barretje waar we coctails konden kopen. Een behoefte waarvan we nooit gedacht hadden dat we die in ons hadden. 

Reacties

Reacties

Dini ( buurvrouw)

Ik geniet van jullie verslag,als ik al naar Cuba zou willen,hoeft dat niet,want ik heb al heel veel door jullie ogen gezien

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!