Marian en Max zijn even weg

Donkere wolken

De eerste hele dag van wat onze 72 uur strandvakantie in Varadero moest worden, begon met zware bewolking en heftige regen. Daarmee leek het weer zich aan te passen aan het nieuws dat de dag daarvoor bekend was geworden: het overlijden van Fidel Castro. We hoorden het bij ons laatste ontbijt in Trinidad. De eigenaars van de Casa keken bedrukt, en het was stiller dan normaal in de stad. Geen muziek, in elk geval. Op de televisie het soort beelden dat je ook bij ons ziet in een dergelijk geval: fragmenten uit het leven van de overledene (inderdaad, de toespraken) en presentatoren die vanuit de studio met de verslaggever op straat gesprekken voeren die klonken als "Hoe is de sfeer daar?", "Nou, de mensen kijken erg bedrukt en iedereen heeft het erover", "Juist. En, Jose, is er al iets bekend over de begrafenis?", "Nou, ik weet evenveel als jullie, maar de mensen op straat verwachten dat hij een staatsbegrafenis krijgt en dat er veel gasten van over de hele wereld zullen komen om El Commandante de laatste eer te bewijzen.", "En maken mensen zich zorgen over de toekomst zonder Fidel Castro?" "Het is eigenlijk nog wat vroeg om te zeggen, mensen zijn nu nog vooral geschokt, maar ik denk wel dat velen zich zorgen maken over de toekomst.".

Nou ja, dat laatste werd misschien niet gezegd, maar de vraag dringt zich natuurlijk wel op: "Waar moet dat heen, hoe zal dat gaan?". En daaraan gekoppeld natuurlijk de vraag: hoe is het nu om in dit land te leven, zijn mensen gelukkig of willen ze verandering?

Het is belachelijk om te denken dat je dergelijke vragen ook maar een klein beetje kunt beantwoorden na tien dagen als toerist door een paar plaatsen te hebben getrokken, en zonder je tevoren al te zeer in het land en zijn geschiedenis verdiept te hebben. Tegelijkertijd hebben we wel wat dingen waargenomen en geprobeerd te duiden, dingen die de komende tijd mede ons referentiekader zullen zijn om de gebeurtenissen te begrijpen.

Allereerst: we krijgen sterk de indruk dat het toerisme de enige echte bron van inkomsten voor de Cubaanse economie is. De landbouw lijkt momenteel maar net aan in staat om in de eigen behoeften te voorzien (als het al genoeg is) en sowieso nauwelijks iets te produceren wat een substantiele export kan opleveren. De enige periode waarin het eiland daar wel toe in staat was, was in de tijd van de slavernij en de voortzetting daarvan in de vorm van roofkapitalisme in het begin van de twintigste eeuw. Maar die verhoudingen zien we niet snel terugkeren, en dan nog: rietsuiker is geen product van betekenis meer. En rum, hoe smakelijk ook in coctails, zal het niet worden. 

Een maakindustrie is er niet, en kan er ook nauwelijks zijn omdat het land geen eigen grondstoffen heeft. Consequentie: vrijwel alles -zeker alles wat rijdt of op electriciteit werkt- moet geimporteerd worden. Dat gebeurt -je ziet zeker (jonge) Cubanen met redelijk moderne telefoons, er rijden gloednieuwe elektrische scooters (wat gebeurt er als de batterijen op zijn?), mensen lopen niet in lompen- maar dat hier veel auto's rondrijden uit de jaren '50 en '60 (Amerikaanse merken) en de jaren '70 en '80 (Oost-Europese) komt niet alleen door het gunstige klimaat. 

Blijft dus over de dienstverlening, en daarbinnen is toerisme waarschijnlijk het enige waarin Cuba een concurrerend product te bieden heeft: prachtige Caraibische stranden, gecombineerd met veiligheid. Alleen: als Cuba meer dan nu wil gaan verdienen aan toerisme (wat zou kunnen als de Amerikaanse toenaderingspolitiek ondanks Trump wordt doorgezet) moet er enorm geinvesteerd worden. Dat geld zal dan van buiten het land moeten komen, en dat betekent dat uiteindelijk ook het grootste deel van de winst weer het land uit zal vloeien terwijl de kosten van de basisinfrastructuur (vliegvelden, wegen, waterleiding, riolering etc) er blijven. Tenzij er heel veel idealistische investeerders te vinden zijn die hun geld willen steken in kleine, verantwoorde projecten en met weinig opbrengsten genoegen nemen, zal het land dus ook van (massa)toerisme niet rijk worden. En dan, massatoerisme heeft zijn schaduwkant: het eet zichzelf op. Valkenburg en Zandvoort zijn overal, ook op andere plaatsen waar het zonnig is en de stranden mooi zijn, dus waarom zou je speciaal naar Cuba gaan? Niet meer voor de rust (die is er nu al niet meer) en ook niet voor de veiligheid (toeristen brengen hun eigen criminaliteit mee, en grootschalig toerisme creeert nieuwe). Economisch zijn de vooruitzichten dus niet gunstig, en je hoeft geen Marxist te zijn om te begrijpen dat dat een belangrijker kracht is dan de politieke visie en de overtuigingskracht van een enkele man. 

Belangrijke economische kracht naast de bron(nen) van welvaartstoename is natuurlijk de verdeling van die welvaart. Kijken we naar wat min of meer direct zichtbaar is, dan hebben we de indruk dat er weliswaar aanzienlijke verschillen zijn tussen verschillende lagen van de bevolking, maar dat armoede hier van een heel andere orde is dan in andere delen van de caraiben / zuid-amerika. Met als kanttekening dat we die laatste alleen uit verhalen en beelden kennen, en dat we maar een klein deel van Cuba gezien hebben. Maar het lijkt erop dat iedereen hier een dak boven het hoofd heeft, en we begrijpen dat er ook wat eerste levensbehoeften betreft een basisvoorziening voor iedereen is. Een van onze gidsen liet ons een winkel zien zoals ze er volgens hem overal zijn, waar de Cubanen tegen inlevering van bonnen maandelijks tegen heel lage prijzen zaken als rijst, meel, olie, eieren, tandpasta en zeep kunnen kopen. Het rantsoen was volgens hem eigenlijk niet genoeg, dus er was een levendige zwarte markt waar vrijwel iedereen wat bijkocht. Je kunt dan zeggen: dit is typisch de armoede die veroorzaakt wordt door een communistisch systeem. Je kunt ook zeggen: het is een (niet eens typisch) communistische manier om te zorgen dat de armoede eerlijk verdeeld wordt en niemand echt door de bodem van het bestaan zakt.

Naast deze "distributiewinkels" zijn er de "normale", soms zelfs supermarktjes/ kleine warenhuizen, waar zowel de toeristen als de plaatselijk bevolking kunnen kopen. De prijzen zijn er duidelijk hoger dan in de distributiewinkels (voor toeristen trouwens ook nog eens beduidend hoger dan voor Cubanen), en het aanbod is ook hier beperkt. Maar er is een deel van de bevolking dat ook hier terecht kan - zeker als ze CUCs te pakken kunnen krijgen. Echte rijkdom hebben we niet gezien, maar er zal best een politieke klasse zijn, en een categorie vaklieden, die een reatief bevoorrechte positie inneemt. Zonder dat dan opzichtig te laten zien, denken we.

Het belangrijkste (zichtbare) klasseverschil is misschien wel dat tussen degenen die een inkomen in CUCs kunnen verwerven (denk: iedereen die iets aan toeristen kan verkopen of diensten aan toeristen kan verlenen) en degenen die dat niet kunnen (denk aan mensen in overheidsdienst, inclusief mensen in het onderwijs en de gezondheidszorg, en werkers in de -weinige- industrie en de landbouw). Wij hebben begrepen dat zij niet echt veel verdienen. 

We hebben, na thuiskomst, nog een beetje lopen zoeken of we meer konden vinden. Drie bronnen leken ons interessant (zie ondeaan voor de links). De  eerste vermeldt dat het gemiddelde maandinkomen in Cuba in 2015 op ca. 680 CUP lag, dus ca. 28 CUC. Dat komt neer op minder dan 1 Euro (of dollar) per dag, en dat is -internationaal vergeleken- extreem weinig. Maar zoals  hier  vermeld wordt, is zo'n internationale vergelijking eigenlijk onzin, omdat basisbehoeften -eten, gezondheidszorg, wonen- zwaar gesubsidieerd zijn, en somige luxegoederen -of eigenlijk: alles wat geimporteerd moet worden- extreem duur. Wat misschien nog het meest zegt, is dat de gemiddelde levensverwachting op 78 jaar ligt, aldus de  Wereldbank.  Dat is vrij hoog, in elk geval vergeleken met de rest van Zuid-Amerika en de Caraiben). Al met al lijken deze cijfers niet strijdig met onze waarnemingen. 

Vraag lijkt ons dus vooral: weet het land een manier te vinden om de inkomsten uit toerisme op een redelijke manier aan iedereen ten goede te laten komen? Redelijk, in de zin dat degenen die niet direct bijdragen (en verdienen) aan het toerisme in welvaart niet te ver achterbijven bij degenen die dat wel doen, en redelijk in de zin dat degenen die direct bijdragen / verdienen niet het gevoel hebben dat ze er zelf niet (voldoende) beter van worden. En dat is extra ingewikkeld omdat de inkomsten uit toerisme niet centraal maar verspreid binnenkomen, deels direct bij individuen: kamerverhuurders, taxichauffeurs, restauranteigenaars, muzikanten - en deels ook nog eens oncontroleerbaar, in de vorm van fooien.

Hier zit de grootste sociale uitdaging voor Cuba, en hier zal het wegvallen van Castro (en zijn generatie) de grootste invloed hebben. Al lijkt het ons dat er nog een tweede, uiteindelijk wellicht veel invloedrijker, factor is: de stroom van informatie over hoe het in de rest van de wereld is. Een stroom die (hier) langs twee kanalen loopt: het toerisme (alweer) en internet (er was de laatste decennia nog een derde, maar de invloed daarvan lijkt toch gering: de contacten van Cubanen met familie die na de revolutie naar de VS is gegaan - degenen die het overlijden van Castro vierden). 

Wat betreft Fidel Castro en zijn mede-revolutionairen moet gezegd worden dat ze -naast de voor ons vrijwel onzichtbare maar ongetwijfeld aanwezige onderdrukking (het enige wat je ziet is de enorme neiging om alles te registreren en te controleren, o.a. met controlepunten op de wegen waar auto's zo nu en dan zonder kennelijke aanleiding worden aangehouden)- een verhaal hebben, of in elk geval hadden, dat mensen kennelijk aanspreekt en dat ze dat verhaal ook kunnen staven met feiten. Voor de revolutie was er uitbuiting en onderdrukking door een kapitalistische bovenlaag en buitenlandse investeerders, er was een dictatuur, armoede, analfabetisme etc. Dat was een perfecte basis voor een verhaal over onrecht, over een interne vijand, over de hoop op een betere toekomst die gerealiseerd kon worden door te strijden en solidair te zijn. Dat sprak aan, anders was de revolutie niet geslaagd. Na de machtsovername werd het bezit van de voormalige uitbuiters genationaliseerd en (symbolisch) aan het volk gegeven, de welvaart nam toe en de verschillen werden kleiner, er werd gealfabetiseerd bij het leven en de VS creeerden met hun blokkade van Cubaanse goederen en de steun aan het gewapende verzet een ideale externe vijand. Dat leverde een verhaal op van heldendom en succes, en van de noodzaak waakzaam te blijven: een verhaal dat nog steeds verteld wordt -ook door een deel van de bevolking- en dat nog steeds aanspreekt. Getuige ook, al zit daar ongetwijfeld veel regie achter, het voortdurende eerbetoon aan de overledene. Al leken de schoolkinderen die op maandagochtend langs onze casa trokken met de Cubaanse vlag en portretten van Fidel Castro, zo nu en dan een leus scanderend, zich daarbij normaal puberaal ongemakkelijk te voelen. 

Dat het verhaal van het socialisme nog steeds zo leeft, komt natuurlijk ook omdat andere verhalen geen ruimte kregen. Van buiten kwamen ze niet binnen, en binnenlandse "contrarevolutionairen" zullen niet zachtzinnig behandeld zijn. Dit informatiemonopolie verdwijnt. Toeristen en internet laten zien dat er meer en andere rijkdom mogelijk is, en brengen dat onder handbereik. Toeristen stellen vragen en vertellen hun verhalen, over vrijheid en de zegeningen van marktwerking (ook zij -wij- hebben hun verhaal dat overtuigend is, als je aan de oppervlakte blijft). En het internet zit vol verhalen, sommige zelfs min of meer waar.

Als gezegd, we weten niet of mensen in Cuba gelukkig of ongelukkig zijn, of ze verandering willen of niet, of dat komt door onderdrukking of overtuiging. We blijven vooral zitten met vragen - vragen die ons ook doen terugdenken aan onze reizen door de VS, waar we op sommige plaatsen armoede zagen die ons niet minder lijkt dan in Cuba, tegenover rijkdom die we in Cuba niet zagen. Maar we denken in het bijzonder aan de keer dat we een museum bezochten dat was gewijd aan Norman Rockwell. Daar hingen de vier schilderijen die hij maakte bij een verhaal dat wat ons betreft aansprekender en completer is dan het verhaal van Castro, namelijk Roosevelt's toespraak over de vier vrijheden. Daarin gaat het niet alleen om bevrijd zijn van armoede, maar ook om bevrijd zijn van angst (voor onderdrukking) en om vrijheid van meningsuiting en van godsdienst. Het lijkt ons wel zeker dat Cuba wat die tweede en derde betreft, tekort schiet. Maar in de kritiek daarop is het makkelijk om te vergeten dat het "vrije Westen"  de vier vrijheden evenmin volledig recht doet. Het (neo-)liberalisme heeft een vrijheidsmodel gecreeerd waarin bevrijding van armoede niet meer een gemeenschapsideaal is, maar een persoonlijke verantwoordelijkheid. Maar dan wel een verantwoordelijkheid die slechts een enkeling kan dragen, zolang de vrijheid van machtigen en kapitaal niet (stevig) aan banden wordt gelegd.

Waarmee we uiteindelijk op de vraag komen: is het mogelijk? Een samenleving waarin alle mensen echt vrij zijn, zowel in het domein van de ideeen als in het materiele? Het is te hopen voor Cuba. En voor de rest van de wereld, want veel bewijs dat het kan is er niet.

Na de regen en de wolken waarmee we dit verhaal begonnen, kwam de zon weer. Vandaag, onze laatste dag, zijn de lucht en de zee stralend blauw, zijn de stranden wit en de palmen groen. Over een week, na de begrafenis, komt vast ook de muziek weer. Maar de figuurlijke donkere wolken zullen door mensen verjaagd moeten worden.

NB: Deze blog is grotendeels geschreven op 29 november 2016, maar pas geplaatst op 2 december.

Bronnen
De gegevens over het gemiddelde maandinkomen vonden we hier: http://www.tradingeconomics.com/cuba/wages

Die over de (on)mogelijkheid om te vergelijken hier:  http://cubanismo.net/cms/nl/artikels/cuba-na-fidel-castro-deel-7-hoeveel-verdient-een-cubaan-nu-eigenlijk

En de Wereldbankgegevens staan hier: http://data.worldbank.org/?locations=ZJ-CU

En ten slotte nog een interessant verhaal dat we na thuiskomst lazen: https://www.opendemocracy.net/democraciaabierta/teofilo-f-ruiz/from-castro-s-cuba-to-trumplandia

Reacties

Reacties

anneke

max en marian, een prachtig geschreven verhaal. Integenstelling tot de andere verhalen krijg ik nu wel zin om Cuba te bezoeken en met eigen ogen te kijken. Dank jullie wel.

Franz B

Toch eens een wat brewer verhaal over Cuba. We gaan over 14 dagen en probeer mij wat ter verdieping. Wordt een beetje moe van de ver halen over ' het echte cuba', want dat is toch schaarste, onvrijheid en het vervoer van mensen als of het veel is. Inderdaad zit je dan met de vraag, de mensen zijn arm en zijn ze dan toch gelukkiger als de Armen in De US, in Afrika of Zuid- America. En China Niet te vergeten. Ben er nog niet geweest, maar Daar hebben ze onder het zelfde politieke systeem niet stil gezeten na de revolution maar wel iets opgebouwd, zeker in de grote steden. Daar zijn ze in Cuba niet toe in staat, Dus is dan de enige toekomst, het verder uitbouwen van het massa tourisme?

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!