Marian en Max zijn even weg

Valkenburg (alweer)

Wie ons reisblog al wat langer volgt, zal zich wellicht afvragen waarom er dit keer zo veel tijd tussen de blogs zit. Hebben we geen internet? Geen zin? Niets te vertellen?

Het eerste was het in elk geval niet - althans niet sinds we ons eerste huisje in Wales verlaten hebben, want daar was internet traag en de Wifi zwak. En dat we niets te vertellen hebben, valt ook wel mee. Al moet gezegd worden dat we zeker geen grootste avonturen beleven. En daarmee komen we op de zin. Waarmee het eigenlijk wel goed zit. Dat wil zeggen, we zijn momenteel heel tevreden met een nogal laag tempo, waarbij we veel op één plek zijn en een groot deel van onze tijd besteden aan de inwendige mens: geestelijk (lezen) en lichamelijk (eten). Waarbij overigens die geestelijke inwendige mens interessanter voeding krijgt dan de lichamelijke, maar dat is logisch. We zijn in Engeland en Wales, per slot van rekening.

Toch zijn er wel wat dingen die de moeite van het vertellen waard zijn. Om te beginnen: de tocht van Devil’s Bridge (waar we de eerste week zaten) naar Llandudno (verblijfplaats tweede week) was in kilometers niet zo lang, maar kostte toch meer uren dan we verwacht hadden. De wegen in Wales zijn niet breed en wel redelijk bochtig, dus je zit zomaar een half uur achter iemand die nooit last heeft van files omdat hij altijd vooroprijdt. Gelukkig werd dat ongemak gecompenseerd door de uitzichten en waren we hem inmiddels voorbij tijdens het mooiste deel van de tocht: het traject door Snowdonia National Park. Het is een van de ruigere berggebieden van dit eiland, overigens zonder dat het heel hoog is (Snowdon, de hoogste berg, is nog geen 1.100 meter). Het is er leeg, maar hier en daar ligt er een stadje. Waaronder Blaenau Ffestiniog, dat midden in het natuurpark ligt maar er zelf, met een ruim gebied eromheen, geen deel van uitmaakt zodat de leisteenwinning ongestoord kan doorgaan. Mooi is het dus niet, maar we vonden het wel leuk om het nu eens te zien terwijl de zon en beetje scheen. De vorige keer dat we hier waren, ruim 30 jaar geleden, regende het voortdurend. Althans, zo herinneren we het ons – maar dat komt misschien omdat we kampeerden.

Nu reden we er slechts doorheen, op weg naar de plaats waar we de tweede week van onze vakantie zouden doorbrengen: Llandudno, aan de noordkust (we stopten voor de lunch nog even in Betws-Y-Coed, maar daar valt echt weinig over te melden – behalve dan dat het er druk was). We kwamen daar vroeg op zaterdagmiddag aan, op wat achteraf bleek ongeveer het drukste moment van de week te zijn. Een file op de toegangsweg en erg veel mensen op de trottoirs van de voornaamste winkelstraat, op de terrasjes en op het strand (met ezeltjes). Inderdaad: we hadden Valkenburg weer gevonden, zij het ditmaal aan zee.

Ons verblijf was een appartement in een ruim 100 jaar oud huis in een rustige villawijk tegen de heuvel. Slaapkamer, badkamer, woonkamer met keukenhoek (onbruikbaar, omdat de afzuigkap niet was aangesloten). Eigendom van een dame die vertelde dat ze bezig was het huis op te knappen en dat ons appartement recent gerenoveerd was. Dat was zeker te zien, maar helaas ook dat het budget kennelijk beperkt was geweest, waardoor veel nu al een wat shabby indruk maakte. Bij het huis een grote tuin, waar we na een verkennend tochtje door de stad fijn konden zitten met een e-book (wat is dat trouwens een geweldige uitvinding voor de vakantieganger) en een glas cider.

Hoewel -of misschien moeten we het zo langzamerhand toegeven: omdat- Llandudno vooral gebouwd is voor het toerisme, is het wel een aangename stad. Een lange boulevard langs het strand van een schiereiland, een pier, een paar brede en wat smallere straten in een ruitpatroon daarachter en vervolgens weer een strand (veel minder druk), grote hotels / herenhuizen uit de tweede helft van de 19e en de eerste decennia van de 20e eeuw, veel restaurants. Met zo’n 20.000 inwoners niet groot, maar ’s zomers lopen er waarschijnlijk meer toeristen rond dan inwoners. Op de kop van het schiereiland een grote (maar niet erg hoge) heuvel, the Great Orme, waarvan de top (met daarop een gebouwencomplex dat in WO II een radarobservatiepost huisvestte) goed te voet te bereiken is, maar ook met een kabelbaan en een kabeltram. Wij namen de laatste. Mooie uitzichten, bij mooi weer tot aan Liverpool en het eiland Man, al kun je van mening verschillen of een veld windmolens in zee echt zo fraai is. Maar ach, zei de eigenaar van een visrestaurant die we daarnaar vroegen: de helft van de tijd zie je ze toch niet, vanwege de mist. Zelf was hij trouwens vooral heel blij met het windmolenpark, want er school daar veel vis en die was dus een stuk makkelijker te vangen. Wat hij op tafel zette was nogal goed, dus wie waren wij om hem tegen te spreken.
Overigens bezochten we nog een goed restaurant, Osborne’s Café & Grill. Dat deden we op aanraden van twee “locals” met wie we een borreltje dronken (vogelaars die we een paar jaar geleden ontmoetten tijdens onze vakantie in Nieuw Zeeland van wie we ontdekten dat ze in Llandudno woonden nadat we besloten hadden daar naartoe te gaan).

We hadden geen behoefte om er veel op uit te trekken, al liet het weer dat de meeste dagen wel toe. Wel wat gewandeld in de directe omgeving, en op twee mooie plaatsen wat verder weg. Op een prachtige zonnige dag maakten we vanaf het schiereiland dat ons tijdelijk verblijf was, een uitstapje naar een ander schiereiland. Dat wil zeggen: Ynys Llanddwyn is in elk geval bij laag tij verbonden met het eiland Anglesey (dat weer met bruggen verbonden is met het vasteland van Wales – voor zover je in dat geval van vasteland kunt spreken, natuurlijk) dus in die zin is het wel een schiereiland. En het had zelf ook weer een schiereilandje waar we naartoe gewandeld zijn, dus …. Nou ja, belangrijkste: het leverde een prettige wandeling van een uur of twee op met veel mooie uitzichten, vooral op de bergen van Snowdonia.
Op een wat bewolktere dag bezochten we Bodnant Garden, een formele tuin, een romantische tuin en een park bij het landgoed Bodnant. Ook mooi, smaakvol aangelegd en fraai beplant, zelfs met forse seguoia’s, maar helaas niet meer zo in voorjaarsbloei. De beroemde tunnel van goudenregen is dan vast indrukwekkend.  Al waren er nog genoeg pollen in de lucht om een sluimerende hooikoorts heel virulent te maken.

Waar we natuurlijk nog wel wat aan gedaan hebben, is ons afvragen hoe het nu eigenlijk gesteld is met het Verenigd Koninkrijk en zijn inwoners. Het blijft ingewikkeld. Ook in Llandudno is de eerste indruk die je krijgt er een van vervallen glorie, nette armoede en zo nu en dan opzichtig vertoon van rijkdom. Maar misschien komt dat omdat de schoolvakanties nog niet begonnen zijn en (daardoor) het straatbeeld bepaald wordt door ouderen. En als je die ziet, krijg je niet de indruk dat de pensioenen hier hoog zijn. Wat je ook ziet, zijn de tekenen van een ongezond leven. Vooral erg veel mensen met (ernstig) overgewicht.
Tegelijkertijd toch ook, vooral tijdens de weekends, heel wat mensen die het duidelijk beter gaat. Net wat beter gekleed en ook wat te besteden aan attracties, eten en drank. In de winkels opvallend veel mensen van boven de 40 achter de kassa en als vakkenvuller – zou er hier niet een lager minimumloon voor jongeren bestaan? Of zijn er hier gewoon minder jongeren?
We zijn er nog niet uit

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!