Marian en Max zijn even weg

We stoppen ermee

Nee, niet met deze blog, maar met onze reis door Canada en de VS. Morgenmiddag, een dag of 10 eerder dan gepland, gaat onze vlucht. We hebben besloten dat de rook van de honderden bosbranden in West Canada en het westen van de VS ons teveel op keel en longen slaat, en dat we voortijdig terugkeren naar de schone Nederlandse lucht. Het is jammer van de mooie dingen die we nog hoopten te zien, maar zoals het nu is, valt er helemaal niets te zien. En dan: op de plekken waar we nog naartoe zouden gaan – Vancouver, Seattle, Portland- is het momenteel erger dan hier, en het ziet er niet naar uit dat het snel beter wordt.

Gek, eigenlijk. In het begin hadden we het niet eens zo in de gaten. Toen we vorige week zondag uit Madeira Park vertrokken, was het bewolkt en een beetje nevelig na een stevige regenbui die nacht. En toen we na een korte boottocht en een uurtje rijden in Whistler aankwamen, was het nog steeds nevelig. Dachten we, al zag het er vreemd uit met de zon die daar bloedrood doorheen scheen. Waarschijnlijk ook hing de rook daar wat hoger, want te ruiken viel er niets – ook niet de volgende dag, toen we een aardige wandeling door een bos maakten. Dat kwam eigenlijk pas de dag daarna, in de buurt van Clearwater. Alleen dachten we toen dat de opkomende benauwdheid veroorzaakt werd doordat we in een cederhouten blokhut sliepen, die misschien ook wat was aangetast door het vocht omdat hij alleen in de zomermaanden verhuurd werd.

Daar namen we ook  de eerste beslissing op weg naar dit voortijdige einde: we besloten er een dag eerder te vertrekken en ook het verblijf van twee dagen in een vergelijkbare accommodatie te vervangen door drie dagen in een door onze reisagent geregeld heel aangenaam alternatief in Salmon Arm. Ook daar wel rook, maar de eerste twee dagen nog goed te doen: hoog en redelijk dun. Pas de derde dag werd het “Smoke on the Water”, met nog maar een paar honderd meter zicht en een duidelijk geur van verbrand hout.

De volgende dag, tijdens een rit van ruim 300 km naar Lake Louise, werd het echt heel onaangenaam. Het zicht weliswaar voldoende om te rijden, maar niet om te genieten. De aanslag op keel en longen te groot. En toen het hier in Lake Louise niet beter bleek -al zagen we vandaag weer wel even wat zon- hebben we knoop doorgehakt en geregeld dat we morgen terugvliegen.

Goed. Hebben we verder nog wat meegemaakt, de afgelopen week? Ja, zeker.

Om te beginnen dus Whistler – een naam die ons niet veel zei, maar het bleek dat zich daar een groot deel van de Olympische winterspelen van 2010 had afgespeeld en dat het “dorp” waar wij verbleven (vooral hotels en winkels) speciaal daarvoor gebouwd was. Ok, het zag er aangenaam uit en de kamer in het Pinnackle hotel was wel prettig, maar omdat we niet van plan waren gebruik te maken van de vele tientallen kilometers mountainbike tracks, was het niet helemaal een ideale verblijfplaats. Hoewel we er dus wel een aardige wandeling maakten, maar dat had ook elders gekund. En ja, er zat ook het beste restaurant dat we tot nu toe tegenkwamen in Canada -de Alta Bistro, met smakelijke gerechten als gazpacho van bloemkool en sesamzaad en tartaar van eland met een parfait van eendelever- maar we hadden ook zonder gekund.

De “ranch” waar we in Clearwater verbleven -de blokhut dus- was ook niet echt onze eerste keus, maar lag wel in een erg mooi en redelijk rustig natuurreservaat, waar we nu vanwege ons eerdere vertrek alleen een waterval zagen (Helmcken Falls).

Salmon Arm was om een aantal redenen wel de moeite waard. Het hotel was prettig en onze kamer mooi en groot, met als belangrijk pluspunt een balkon waar we niet alleen konden ontbijten en dineren maar ook uitzicht hadden op het meer waar veel vogels hun eten haalden – inclusief visarenden die we tot twee keer toe met een flinke zalm in de klauwen zagen wegvliegen. Helaas moesten we de laatste nacht naar een andere kamer, weliswaar even groot maar zonder balkon en met iets dunnere wanden (of luidruchtiger buren). Die verhuizing was nodig omdat we kort tevoren hadden geboekt en het hotel die laatste nacht vol zat met artiesten die optraden bij het Roots and Blues festival. Zelf hebben we de gelegenheid om daar naartoe te gaan voorbij laten gaan, maar het zorgde voor redelijk wat reuring in het stadje. En op afstand kregen we er toch wel wat van mee. Stil was het trouwens ook om andere redenen niet: het stadje wordt doorsneden door de Trans Canada Highway en door een van de belangrijkste spoorlijnen van (West-)Canada. Waar dat ons weer met de neus op drukte, is dat Canada -net als de VS- iets heel tegenstrijdigs heeft (of misschien is het ook wel logisch): in gebieden waar niet veel mensen zijn is het echt stil, maar alles wat door mensen gebruikt wordt, maakt opmerkelijk veel herrie: (water)vliegtuigen, motorboten, auto’s, motorfietsen, locomotieven, bladblazers, airco’s – het lijkt wel of de demper niet bestaat en het blijft ook rustig een tijdje stationair draaien onder het raam van je hotel, voor je terras etc. Goederentreinen (andere zijn er nauwelijks) zijn trouwens wel spectaculair: ze zijn werkelijk kilometers lang en rijden voor Nederlandse begrippen zeer langzaam, waardoor de wachttijden voor overwegen nogal fors kunnen zijn.

Op weg naar Lake Louise kregen we te maken met een ander interessant wachttijdenfenomeen: grootschalige wegwerkzaamheden waardoor het verkeer op de (tweebaans-)snelweg afwisselend over één baan werd geleid. Het kostte ons drie kwartier.

Lake Louise – ach, toch wel jammer. Het ligt prachtig, tussen de Rocky Mountains. Bij mooi weer heb je dan normaal gesproken een prachtig uitzicht op besneeuwde toppen en gletschers. Tja, wij hadden wel mooi weer -denken we- maar ook die rook. Verder valt er niet veel te melden. De Lake Louise Inn in een groot hotel / resort dat dit weekend helemaal vol zat (zoals trouwens het hele stadje – er werden bij het meer mensen weggestuurd omdat alle parkeerterreinen vol waren). Een redelijke kamer, matige restaurants, onpersoonlijk.

En wat gaan we missen? Drie steden, die elk wel iets bijzonders hebben maar waarvan we ook kunnen denken: ach, een stad is een stad en die hebben we al eens gezien. En een treinreis. Of eigenlijk, de treinreis waar het eigenlijk om ging: de Rocky Mountaineer, in twee dagen van Banff naar Vancouver. Voor een groot gedeelte door gebied waar je anders niet zo komt en (dus) met mooie uitzichten. Maar ja – die rook.

Reacties

Reacties

Carla

wat jammer!!
Mijn zus (die in Australië woont)heeft de reis met de Rocky Mountaineer als heel bijzonder ervaren. Zij en mijn zwager boekten hun reis naar Nederland speciaal daarvoor via Canada.
Trouwens niet alleen daarom pech,Canada ligt nu eenmaal niet naast de deur dus je gaat niet snel weer zo ‘n reis boeken.
In elk geval : goede reis en welkom thuis !!
Carla.

Vorige buurvrouw Dini

Dat was kort maar krachtig.
Goede reis terug naar het schone Nederland zonder rook.
Groetjes

Jan Willem

Jammer hoor! Maar een goede reden om weer een keer die kant op te gaan.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!