Marian en Max zijn even weg

Verder langs de pelgrimsroute

Nee, we zijn niet op weg naar Santiago de Compostella, en nee, we lopen niet. Maar we gaan in de richting van Santiago, en we volgen zo nu en dan wegen waarlangs ook degenen lopen die dat wel doen. In de hitte, en soms de regen. Heuvel op en heuvel af en dan weer op. Het herinnert ons aan de tijd dat we nog wel eens een voettocht van een paar uur maakten, maar om nu te zeggen dat we het missen ….

Hoe dan ook, na drie nachten en dus twee volle dagen Bilbao was het tijd om weer verder te gaan. Langs de kust, door kleine stadjes – in een waarvan we weer lekkere vis aten- en nog kleinere dorpjes. En langs de vuurtoren op de Cabo de Ajo, door Google creatief vertaald als “Kaapse knoflook”, die op zich niet zo interessant is maar die we als noordelijkste punt van Spanje niet wilden missen.

Doel van deze etappe was Santander, bekend van de “Banco de”, maar volgens de reisgidsen die we raadpleegden vooral de moeite van het bezoeken waard vanwege de mooie ligging aan een grote baai, waarachter je dan de bergen in het binnenland ziet oprijzen. En dat bleek alleszins te kloppen, zij het dat vanuit onze kamer in het hotel het zicht op de baai wat werd belemmerd door een nogal fors gebouw dat als een ruimteschip in de stad leek te zijn neergedaald. Inderdaad: het Centro Botín, in opdracht van de Fundación Botín (van de eigenaar van genoemde bank) ontworpen door Renzo Piano, gebouwd tussen 2012 en 2017 en nu in gebruik als expositieruimte voor moderne kunst (en deels ook als congrescentrum). Van die kunst raakten we niet erg onder de indruk (al waren er een paar mooie of in elke geval interessante dingen te zien) maar in een paar ruimten zijn we toch een tijd blijven zitten – maar dan vanwege het uitzicht over de baai of de stad.
Een niet te missen bezienswaardigheid was volgens de reisgidsen het schiereiland “La Magdalena” waar de stad begin 20e eeuw een paleis had laten bouwen ten behoeve van koning Alfonso XIII en koningin Victoria Eugeni. Net te ver om te lopen en alle fietsverhuurders waren helemaal los (zo’n 50 jaar geleden ontlokte het gebruik van deze uitdrukking door een Amsterdamse verhuurder, aan een van ons de vraag wie er dan “vast” was - in de veronderstelling dat een vaste kracht wel meer zou weten over de verhuur dan een vakantiehulp), dus dat werd de bus. Makkelijk dat je daarvoor niet een apart kaartje hoeft te kopen maar gewoon met je creditcard kunt inchecken. Na een korte rit aten we eerst in een restaurantje aan het strand een smakelijke lunch, maakten we vervolgens een fraaie wandeling van een kilometer of drie door het park en om het paleis (nu hotel, en verre van bezienswaardig) en dronken we tenslotte, weer aan het strand, een grote kan sangria. Een welbestede middag. Wat later op de avond nog even de stad in, waar we in een oud marktgebouw een prettig restaurant vonden - de Zamburiñas bevielen ons in het bijzonder.

En toen was het alweer zaterdag, een volle week na de start van onze reis. Een mooie dag om verder te trekken, naar Oviedo. Onderweg nog een uitstapje naar Comillas, een stadje waar we ook waren tijdens onze vorige vakantie in deze streken. Toen bezochten we al El Capricho, een door de architect Gaudi ontworpen villa. Daar was het nu erg druk, en daarom hielden we het bij een paar blikken op de buitenkant en een rondleiding door het naastgelegen Palacio de Sobrellano, het een jaar of 140 geleden voor de markies van Comillas gebouwde zomerverblijf. Architectonisch minder uitbundig dan Gaudi’s creatie, maar toch de moeite waard.
Na een eenvoudige doch voedzame lunch voerde onze reis ons over de snelweg -best mooi gelegen- naar ons appartement, waar we een half uurtje eerder aankwamen dan verwacht. Op zich geen probleem, vond onze gastheer, maar hij had zich op de tijd verkeken en was er dus nog niet – en dat betekende dat we een beetje onhandig voor de inrit van de gemeenschappelijk parkeergarage moesten staan wachten tot zijn jeugdige echtgenote arriveerde om ons de weg te wijzen door bevallig voor ons uit te hollen. Waarbij je moet bedenken dat die garage, net als in Bilbao, een nogal onoverzichtelijk en slecht verlicht geheel van twee verdiepingen was waar je via smalle doorsteekjes je plek in de uitgestrekte rijen moest vinden – en dan natuurlijk bij vertrek ook weer de uitgang. Het appartement zelf was compact maar redelijk comfortabel, gelegen op de tweede verdieping van een flatgebouw aan -waarschijnlijk- een van de drukste rotondes van Oviedo. Gek genoeg hadden we daar niet veel last van, zelfs niet als we de ramen open hadden. Snelle gewenning, waarschijnlijk. En volgens de echtgenote van de eigenaar hadden we een prachtig uitzicht – tussen de flats aan de overkant door kon je bergen zien, met op een van de toppen een groot Christusbeeld.

Van Oviedo zelf hebben we eigenlijk niet zoveel gezien. Op zondag zijn we naar het nabijgelegen Gijón gereden, waar we de botanische tuin wilden zien. Dat bleek een vrij bijzondere, namelijk gewijd aan de Noord-Atlantische vegetatie. Het soort bos dus dat in Nederland heel gewoon is, maar in Spanje waarschijnlijk minder bekend – met daarin overigens ook wel delen die voor ons weer nieuw waren, zoals de verzameling Asturische eiken. Hoe dan ook, een fijne plek om te wandelen op een warme dag. Daarna kwamen we voor de late lunch terecht in een Sidreria, een boerderij waar niet alleen cider wordt gemaakt maar ook verkocht. Een populaire besteding van de zondagmiddag, kennelijk, want het was er erg druk – maar het eten (onder andere met cider bereide chorizos en fabada met bloedworst) was het wachten waard.
De dag erna hebben we wat rondgewandeld in de winkelstraten en het park dicht bij ons appartement, waarbij we vooral een aantal van de beeldhouwwerken bekeken hebben waarmee Oviedo de laatste jaren is versierd. Heel verschillend: van naturalistisch figuratief via de onmiskenbare rondingen van Botero naar volledig abstract. Toch interessant dat een stad dat doet – je vraagt je af of er in de gemeenteraad nog uitgebreide discussies zijn geweest over deze besteding van gemeenschapsgeld.
Even opmerkelijk vonden we, de volgende ochtend, het ook in Oviedo gelegen Museo de bellas artes de Asturias. Verspreid over twee naast elkaar gelegen historische panden en een recente aanbouw is daar een grote collectie werken bijeengebracht: schilderijen, beelden, altaarstukken, gebruiksvoorwerpen, in tijd lopend van de late middeleeuwen tot contemporain. Weinig echte topstukken, maar wel een aantal die je bijblijven. De manier waarop ze waren neergezet en opgehangen wekte een beetje de indruk dat het museum alles wilde laten zien wat ze in huis hadden, dus het was wat overweldigend zonder dat er een verhaal verteld werd. Hoe dat ook zij, het was een goede plek om te zijn terwijl buiten het water met bakken naar beneden kwam (de paar honderd meter van de parkeergarage naar de ingang van het museum waren voldoende om ondanks onze paraplus nat te regen, waarbij het ook niet hielp dat we een paar keer brede stromen moesten oversteken die net wat dieper bleken dan onze schoenen aankonden).

Na het museumbezoek zijn we direct verder op weg gegaan, nog steeds richting Santiago de Compostella, naar Lugo. Maar daarover een volgende keer.

Reacties

Reacties

Micheline

Weer met veel bewondering dit leuke en gedetailleerde reisverslag gelezen. Fijne reis verder.
.

Nevzat

Gelezen met veel plezier. Fijne terugreis naar NL

Dini v, H

Heel f inn om te lezen ,goede reis verder .
Groetjes

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!