Het behouden huis
“Dat was het huis waar mijn opa woonde,” vertelde de verhuurder van het huisje waarin we vlak bij Mojkovac drie nachten verbleven. We zaten met een glas raki (of slivovitz, zoals we het nog kenden uit Slovenië, nu alweer zo’n 50 jaar geleden) voor het huis van zijn ouders, een eindje verder op het ruime stuk land dat dus nog van zijn opa was geweest en waarop zijn vader en moeder nu kippen hielden en groente en fruit teelden. Voor eigen gebruik (inclusief de stokerij van de vader) en voor de gasten, voor wie de moeder met duidelijk genoegen smakelijke maaltijden bereidde. Het huisje van opa hadden ze laten staan, en op een gegeven moment gerenoveerd zodat ze het konden verhuren. Niet voor het geld, zo vertelde hij -en dat kon ook kloppen, gezien de zeer lage prijs per nacht- maar omdat je het toch niet kon laten instorten. En voor de aanspraak.
Dat die aanspraak belangrijk was, was ons al direct gebleken toen we er aankwamen, na een prachtige tocht van een ruim uur door de zeer nauwe kloof van de Tara. Niet het gedeelte door het Durmitor nationaal park, dat na de Grand Canyon de een na grootste kloof ter wereld is, maar meer stroomopwaarts, tussen Zabljac en Mojkovac. Iets minder diep en breed, maar nog steeds spectaculair mooi. En met een weg die heel rustig was, op deze wat druilerge dag na de stevige onweersbui van de dag ervoor. Maar dat terzijde – we zouden het over aanspraak hebben. Zodra we de auto uitstapten was daar de moeder, die ons hartelijk welkom heette. Althans, dat leidden we af uit de enige woorden die we verstonden: "dobro došli", ook nog bekend van 50 jaar geleden. Een andere taal dan Montenegrijns (of eigen: Servisch) bleek ze niet te spreken, maar aangezien ze zeer vaardig was met Google Translate konden we al snel vertellen dat we inderdaad wel wat wilden drinken, dat we een goede reis hadden gehad en dat we de plek waar we nu waren heel mooi vonden. Nadat ze ons de vissen had laten zien die ze voor ons had uitgezocht -vier mooie forellen- kregen we even de tijd om ons te installeren, waarna het ritueel zich herhaalde met haar man die inmiddels was thuisgekomen van zijn werk in Podgorica en ook wel een glaasje lustte. Hij was wel wat minder spraakzaam, of kon wat moeilijker lezen wat wij antwoordden. Maar ach, toen hij ons later zijn moestuin liet zien bleek “dobre” ook gewoon de juiste reactie op alles wat hij aanwees.
De zoon, die wel heel behoorlijk Engels sprak, kwam de volgende (zaterdag)ochtend uit Podgorica, waar hij woonde en werkte. Van hem hoorden we hoe het leven in zijn jeugd geweest was -zo’n 35 jaar geleden, schatten we. Met hoeveelheden sneeuw die er de laatste tien, vijftien jaar niet meer gevallen waren. Met de dieren op de boerderij (de koe ging op stal onder waar nu onze woonkeuken was) en de relatieve isolatie waarin ze leefden. En over hoe zijn generatie niet meer zoals die daarvoor naar het buitenland vertrok voor werk, maar bezig was de eigen economie op te bouwen. Wat, zo vond hij, heel prima lukte maar waarover hij ook wel gemengde gevoelens had: alles was wel erg duur geworden. Zelf verdiende hij echter zo goed dat hij zich met vrouw en kinderen vakanties naar Spanje en Italië kon veroorloven, waar het leven een stuk goedkoper was.
Die economie, dat hadden we al wel gezien, is trouwens duidelijk in transitie. Naast de moderne winkelcentra en grote supermarkten zie je ook nog veel kleine winkeltjes, en terwijl vrijwel alles in de winkel inderdaad aan de prijs is, kun je in kleinere restaurantjes redelijk voordelig en goed eten. Ook is er waarschijnlijk (nog) een forse informele economie: op zaterdag kwam een buurman met groot materieel langs om een oude garage te slopen en het stukje land eromheen te egaliseren, en een andere buurman kwam het gras maaien (niet een gazonnetje, maar een flinke lap land). Ja, zei de zoon – hij heeft koeien, dus hij komt over een paar dagen ook het gemaaide gras weghalen. Op zondag ging het werk gewoon door: er kwamen een paar metselaars om een nieuw muurtje op te trekken. Heel kleinschalig allemaal, en dat contrasteert dan weer met wat we op maandag zagen: Montenegro bouwt momenteel een snelweg van de zee naar Servië, een project waar andere landen stevige steun van de EU voor nodig hebben. Het antwoord op de vraag waar het geld daarvoor dan wel vandaan komt -dat het helemaal uit de eigen economie komt is gezien de omvang van het project wel heel onwaarschijnlijk- blijkt simpel en veelzeggend: uit China, als onderdeel van de nieuwe zijderoute. Voordat die klaar is, moet er overigens nog wel veel vrachtverkeer over de bestaande wegen stromen. Waarvan er een vlak langs ons huisje liep – en wonder boven wonder hoorden we daar minder van dan we thuis vaak van de A4 en de A12 horen, die toch beduidend verder van ons huis liggen.
Tijdens ons verblijf waren er natuurlijk ook momenten dat we niet voor aanspraak hoefden te zorgen. Die hebben we onder andere gebruikt voor een bezoek aan het stadje Bijelo Polje, door onze hulp in de huishouding altijd aangeduid als “mijn stad”. We zijn er niet lang gebleven: het zag er op zaterdag rond het middaguur niet erg levendig uit, en het bleek schier onmogelijk een parkeerplaats te vinden bij plekken die er wel uitnodigend uitzagen (de keer dat dat wel lukt, lukte het weer niet om via sms te betalen, dus dat schoot ook niet op). Een paar uurtjes op een schommelbank in de toen nog ongemaaide bloemenwei bij ons huisje bleek een goed alternatief. En op zondag, na een stevig ontbijt waarin de moeder weer flink wat eieren van eigen erf verwerkt had, konden we een aardig stukje wandelen langs een prachtig meer in een natuurreservaat op een paar kilometer van ons onderkomen – ook niet verkeerd.
Reacties
Reacties
Weer met plezier jullie mooie verhaal gelezen. Gezellige reis verder. Wij houden het vanwege de hoge temperatuur een beetje rustig.
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}