Het gewoel der stad
De oplettende lezertjes zullen zich wellicht afvragen wat we tussen deze twee dagen in Rijeko Crnojevica deden. Welnu, we bezochten een plaats waar het toeristenseizoen wel al voluit begonnen was: Kotor, gelegen aan het eind van de langgerekte baai waar we eerder, in Herceg Novi, al aan verbleven. Een alleszins interessant bezoek, niet in de laatste plaats vanwege de manier waarop we er kwamen. De weg van Cetinje (zoân 600 meter boven zeeniveau) naar Kotor (direct aan de zee) loopt over een zeer steile helling, en heeft dus veel haarspeldbochten. Altijd leuk om te rijden, maar wij kozen voor het alternatief: de kabelbaan die van (een eindje buiten) Kotor naar het Lovcen nationaal park gaat (op een hoogte van ruim 1300 meter). Om vanuit Cetinje bij het bovenste station te komen reden we een mooie, geleidelijk stijgende en rustige route door dat park; het vinden van een parkeerplaats kostte weinig moeite maar kan als het druk is vast wel een uitdaging zijn.
Tijdens de wandeling van de parkeerplaats naar het bergstation kregen we al een voorproefje van het uitzicht over de baai en de bergen eromheen, maar echt mooi werd dat pas tijdens de ruim tien minuten durende afdaling. Ook hier heel fijn dat het zo rustig was, en we een tienpersoonscabine voor ons alleen hadden.
Omdat het dalstation bepaald niet op loopafstand van Kotor ligt en het er een stuk warmer was dan boven, waren we blij dat we al snel een taxi konden vinden â de shuttlebus reed net weg toen we aankwamen. Toch kwamen we waarschijnlijk eerder aan, want toen onze chauffeur zag dat het verkeer in de tunnel helemaal vastzat, besloot hij de âgeheime wegâ (âdit weten alleen taxichauffeursâ) te nemen die ons over de uitloper van de berg voerde die Kotor scheidt van de vlakte waar het dalstation ligt. Voordeel van die taxi was ook dat hij ons afzette bij de belangrijkste toegangspoort van de ommuurde binnenstad â vanaf het busstation is dat toch nog een aardig eind lopen.
De drukte voor die toegangspoort was vergelijkbaar met die voor de belangrijkste poort van Dubrovnik, maar dat bereidde ons toch onvoldoende voor op waar we in terechtkwamen toen we door de poort liepen: een betrekkelijk klein plein waar het krioelde van de mensen. Die drukte werd eigenlijk pas een beetje minder toen we ons een eind hadden laten meevoeren door de stroom mensen die zich geleidelijk vertakte in een soort delta van kronkelende nauwe straatjes. Grotendeels in één richting, inderdaad â maar er waren ook tegenliggers, waaronder de vele karretjes en steekwagens waarmee dozen voedsel, kratten drank en zakken schoon beddengoed voor de vele restaurants en hotels het stadje werden binnengebracht â en op enig moment ook een elektrisch vrachtwagentje met daarachter een trein van vuilcontainers. Pittoreske doorkijkjes en zo nu en dan een blik op een hooggelegen fort â het was aardig, maar niet echt bijzonder.
Omdat we wel trek begonnen te krijgen, lunchten we bij een restaurant met een ruim terras vlak bij een van de andere poorten van de stad. Aangenaam eten en een ober die vriendelijk was en vertelde over zijn bezoeken aan Nederland, maar vervolgens te keer ging dat er binnen in het restaurant Turken zaten te eten en dat hij als rechtgeaarde Serviër nu eenmaal een enorme hekel aan die mensen had.
Aangesterkt door de lunch stortten we ons weer in het gewoel, en liepen we langs een andere route terug. Daarbij stapten we op enig moment een (Orthodoxe) kerk binnen, waar we getrakteerd werden op een kort optreden van drie priesters die een paar liederen zongen, elk van hen met zijn eigen melodielijn. Mooi, en knap.
Tijdens de terugrit met de taxi (dit keer wel door de -lange- tunnel) en de kabelbaan (omhoog is minder spectaculair, zelfs als je achteruit reist) konden we het niet laten de (binnen)stad te vergelijken met Dubrovnik. Meest opvallende is dan misschien wel dat de oude binnenstad van Dubrovnik in tegenstelling tot die van Kotor kennelijk niet organisch gegroeid is, maar grotendeels is gebouwd volgens een strak rooster van straten (een paar lange, wat bredere die parallel aan elkaar lopen en dan een stel smalle steegjes loodrecht daarop, die door de hogere huizen veel meer schaduw bieden). Verder misten we in Kotor de grote, rijke openbare gebouwen zoals Dubrovnik heeft in de vorm van onder andere het rectoraat. En tenslotte kregen we het gevoel dat Kotor nog toeristischer was, maar misschien kwam dat ook wel omdat er net drie cruiseschepen tegelijk lagen.
Hoe dan ook, een aangename dag. Het pretpark bovenaan de kabelbaan hebben we verder maar links (en rechts) laten liggen, en toen we ontdekten dat we voor een bezoek aan het mausoleum van Petar II Petrovic Njegos (zie een van onze vorige blogs) -dat we vanaf het balkon van ons appartement konden zien liggen, boven op de berg Lovcen - nog een steile klim te voet moesten maken, hebben we daar ook maar van afgezien. De terugrit, langs een andere weg, was op zich al mooi genoeg.
Reacties
Reacties
Een leuke en afwisselende vakantie.
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}