Marian en Max zijn even weg

Van oude en nieuwe dingen, en mensen die voorbijgaan

Eigenlijk hadden we best nog wat langer in het huisje van opa kunnen blijven. Gewoon nog een dagje rustig op de schommelbank in het bosje zitten. Wat lezen, en zo nu en dan kijken naar de mooie omgeving. Maar ja, het volgende verblijf was al geboekt en zo. Op maandag vertrokken we dus weer, terug naar de kust. In die richting, althans, want wat zouden we aan de kust moeten?


Onze eerste stop was al na een half uurtje, in Kolasin. Een stadje in een ski-gebied, maar heel anders dan Zabljac. Een redelijk historische kern, veel bomen in de stad, vriendelijke uitstraling. Kunst in de openbare ruimte, terrasjes waar het goed koffie drinken was. Het bleek alleen wat lastig het stadje weer te verlaten: een van de twee toegangswegen was geheel afgesloten vanwege een zo te zien grootschalige aanpassing, en op de andere werd onderhoud verricht aan een brug waardoor er maar één rijstrook beschikbaar was waarvan het verkeer in- en uit de stad gebruik moest maken.

Na Kolasin kwamen we al spoedig op de in onze eerdere blogpost genoemde snelweg. Technisch heel mooi, maar omdat hij grotendeels door tunnels gaat valt er weinig te genieten van het landschap. Wat dat betreft zou de omweg over de oude weg de extra reistijd misschien wel waard geweest zijn. Hoe dan ook, na een drie kwartier kwamen we aan in Podgorica (het vroegere Titograd). De tegenwoordige hoofdstad van het land, en ook de grootste stad. Geen historische kern en ook nauwelijks andere bezienswaardigheden, en verkeerstechnisch een ramp. We deden er bijna een uur over om er doorheen te komen (of eigenlijk, via de doorgaande route omheen te rijden) waarvan een minuut of twintig om via een zeer drukke rotonde linksaf te slaan. Het leek wel of iedereen vóór ons het verkeer op de rotonde voorrang gaf, terwijl van de andere takken juist het verkeer dat de rotonde op wilde voorrang nam. En dan natuurlijk nog het probleem om op de rotonde zelf van de linkerbaan naar rechts te komen ….


Goed, ook hier kwamen we zonder kleerscheuren doorheen, en na het verlaten van de stad reden we alweer snel de bergen in, op weg naar de vroegere hoofdstad: Cetinje. Een gestage maar geleidelijke klim over een weg die mooie uitzichten bood en waarlangs we na een half uurtje onze bestemming bereikten: een appartement op de vierde verdieping van een van de nieuwste flatgebouwen in de stad. Gelegen in een wijk met heel diverse bebouwing, op loopafstand van het centrum. Tijd voor een late en zeer smakelijke lunch op het terras van een dichtbijgelegen restaurant, een paar boodschappen en daarna weer wat bijkomen in de relatieve koelte van ons nieuwe verblijf (airconditioning is hier overdag wel een zegen; in de nacht koelt de stad door de relatief hoge ligging wel weer aardig af).


Voor Cetinje als plaats om wat langer te blijven hadden we vooral gekozen omdat het een mooie uitvalsbasis leek voor wat dagtochtjes, maar ook de stad zelf bleek de moeite waard. De dag na onze aankomst besteedden we aan de verplichte registratie bij het toeristenbureau (eerdere gastgevers deden dat voor ons, dus het kwam een beetje als verrassing dat we het hier in persoon moesten doen), het vinden van een geldautomaat die onze bankpas accepteerde (het VPay-systeem dat Nederlandse banken gebruiken is in het buitenland kennelijk wat minder algemeen) en het verkennen van het oudere gedeelte van de stad. In de vele musea daar zou je makkelijk een dag kunnen doorbrengen, maar we bezochten alleen maar -een beetje toevallig omdat het wat begon te regenen- het Biljarda, de voormalige residentie van Petar II Petrovic Njegos. Een langgerekt gebouw met op de beide verdiepingen aan één kant een gang en daaraan grotere en kleinere kamers en zaaltjes. Daarin op de eerste verdieping een permanente tentoonstelling gewijd aan leven en werken van deze Petar, de laatste van de prins-bisschoppen oftewel Vladika’s (zijn opvolger was al verloofd en scheidde daarom kerk en staat, in plaats van man en vrouw). De jong gestorven Petar moet nogal veelzijdig zijn geweest: hij voerde belangrijke staatkundige wijzigingen door, was filosoof en dichter – het deel van zijn bibliotheek dat we zagen bevatte werken van Homerus, Voltaire en vele Italianen (voornamelijk in het Frans en Italiaans). Daarnaast was hij kennelijk een fervent liefhebber van biljart, want hij liet een (betrekkelijk klein, dat dan weer wel) biljart de berg opbrengen (“Stel je voor,” zei de gids, “en dan noemen ze ons Montenegrijnen lui …”). De toelichting op het tentoongestelde was grotendeels in het Montenegrijns, dus veel hebben we er niet van opgestoken. Maar uit het tentoongestelde konden we wel afleiden dat snorren, pistolen, dolken en geweren voor mannen kennelijk onontbeerlijk waren, en dat vrouwen kennelijk geen grote rol in de geschiedenis speelden. Het enige vrouwenportret wat we hier zagen vermeldde slechts “vrouw in traditionele dracht”.
Meer gelijkheid van de seksen was er in de tentoonstelling op de begane grond, gewijd aan de geschiedenis van de staatsmusea van Montenegro. Daar zagen we niet alleen foto’s van de deels vrouwelijke museumstaf, maar ook van koningin Elisabeth van België, Sophia Loren en de dames Chroesjtsjeva en Broz (Tito) – die allen op enig moment een van de musea bezochten. Een aardig weetje leverde het deel van deze tentoonstelling op dat gewijd was aan de technische staf van het museum. Daar werd ons uitgelegd welke uitdagingen het klimaat in Cetinje opleverde: niet alleen erg warm in de zomer en koud in de winter, maar ook meer regenval dan in vrijwel elke andere plaats in Europa.

Uiteindelijk interessanter dan deze tentoonstellingen was echter wat zich er net buiten bevond: het reliëf van Montenegro, een vele meters grote driedimensionale kaart van het land (schaal 1:10.000) gemaakt door het Oostenrijks-Hongaarse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hier was duidelijk te zien dat het land zijn naam niet voor niets aan de bergen ontleent: ruw geschat is nog geen kwart van het land vlak, en de bergen zijn niet bepaald zacht glooiende hellingen. Los daarvan was het natuurlijk ook wel eden hoogstandje van landmeetkunde en handarbeid: in onze tijd met hoogtemeting via satellieten en 3D-printen zou dit al een klus zijn, maar stel je voor wat een werk het geweest moet zijn om eerst al die bergen heel precies in kaart te brengen, en dan vervolgens op schaal uit steen te houwen.


Omdat we wat laat aan onze wandeling begonnen, hebben we de rest van de musea (waaronder een naar het schijnt best interessante tentoonstelling van moderne kunst) gemist – er moest per slot van rekening ook geluncht worden en een ijsje gegeten. Wel liepen we nog een galerie binnen waar actuele politieke cartoons te zien waren, en troffen we een fraai beeld van een elegante vrouw die, zittend op een bankje, een boek las. Het bleek te gaan om prinses Xenia van Montenegro, over wie tijdens haar leven al zoveel gesproken en geschreven is dat we hier volstaan te vermelden dat ze als eerste automobiliste in de Balkan naamgeefster is geworden van diezelfde autoweg waarover we richting Cetinje reden.


Reacties

Reacties

Tonny

Wat leuk om te lezen wat jullie hebben meegemaakt! Mooie reflectie van de reis en voor “later”. Geniet nog en wacht nog even met Nederland. Het is hier bloedheet en blijft dat nog een tijdje. Geniet ervan! Hartelijk groet, Tonny

Micheline

Dankjewel voor dit uitgebreide reisverslag. Nu door het warme weer in Nederland binnen blijven het beste is, ben ik door het lezen van jullie verslag toch een beetje op reis.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!