Marian en Max zijn even weg

De weg naar Rijeko Crnojevica

Een aantal jaren werken in sterrenrestaurants, en dan terugkeren naar je geboorteplaats om daar je eigen zaak te beginnen. Het schijnt geen ongebruikelijke droom te zijn voor koks, maar slechts weinigen maken hem waar. De man voor wiens kookkunst wij 10 kilometer over een smal en kronkelend bergweggetje reden, deed dat wel. In Rijeko Crnojevica, een dorpje van -in de kern- zo’n 500 inwoners, halverwege Cetinje en Podgorica en dan dus nog die weg af.
We waren op het bestaan van zijn restaurant geattendeerd door onze gastvrouw in Cetinje, en de website zag er veelbelovend uit: traditionele gerechten met een moderne twist. Omdat het op woensdag zou gaan regenen, leek het ons een goed idee er te gaan lunchen. Dat viel niet tegen: zowel de weersvoorspelling als de aanbeveling bleken volkomen te kloppen. Op het moment dat we er aankwamen barstte er een stevige onweersbui los, en wat er een tijdje later uit de keuken kwam beviel ons zeer. Althans, de gemarineerde forel en de courgettesalade die we als voorgerecht hadden en de op de barbecue bereide paling uit het nabijgelegen meer – het dessert was niet om over naar huis te schrijven. Wat ons op de vraag bracht: was dit nu het beste restaurant waar we gedurende deze reis aten? Eigenlijk bleek dat een onmogelijke opgave: het was een zo andere stijl dan de ook -in hun genre- prima restaurants waar we eerder aten, dat we de vraag niet konden beantwoorden. Een constatering waar de chef die even later een praatje kwam maken, prima mee kon leven: hij kookte in zijn eigen stijl, en daar kwamen voldoende klanten op af – uit de wijde omgeving, en -in het seizoen- veel toeristen.


Veel van die toeristen komen overigens niet speciaal voor dit restaurant, en ook niet omdat er nog veel is wat herinnert aan de tijd dat Rijeko Crnojevica de eerste hoofdstad van Montenegro was. De belangrijkste reden is dat het aan een van de rivieren ligt (de Rijeko Crnojevica) die het meer van Skadar voeden, een van de grootste meren van Europa, waarvan 2/3 in Montenegro ligt en 1/3 in Albanië. Of, zo zou je het ook kunnen zeggen: aan een uitloper van dat meer, want op de muur van het restaurant stond aangegeven hoe hoog het meer in 2010 had gestaan – ruim een meter boven straatniveau. Een combinatie van hevige regenval, het te laat openen van de stuwdam aan de Albanese kant van het meer en een sterke zuidenwind die het water aan de noordkant van het meer opstuwde.

Dat meer is (onder andere) een enorme toeristische trekpleister, en Rijeko Crnojevica is een van de plekken waar boottochten over het meer worden aangeboden. Ook wij kozen ervoor een dergelijke “cruise” te maken, en daarom reden we twee dagen later weer dezelfde weg - maar nu in de stralende zon. We hadden via een website geboekt en kregen als aanwijzing dat we ons een half uurtje tevoren moesten melden bij het kantoor van het bedrijfje, “tussen de Family Market en de Idea” – de twee winkels die het dorpje rijk is. Alleen, wat daar ook was – geen kantoortje. Wel iemand op straat met een bord dat je bij hem een boottocht kon boeken. Van onze Internetboeking wist hij niets – wat niet zo verwonderlijk was, want hij bleek te werken voor een van de vele conculega’s van “onze” aanbieder. Maar hij kon ons wel we vertellen dat we maar eens aan de waterkant moesten kijken: onze “kapitein” zouden we vanzelf herkennen want hij was een grote (nou ja, dikke) man. Aan de waterkant wel veel denneboomslanke dames die ons ook al een cruise wilden verkopen, maar niemand die in de verste verte paste bij de beschrijving. Die liepen we pas tegen het omvangrijke lijf toen we in arren moede maar wat lunchinkopen gingen doen in de Idea – alleen, hij was toch niet de man die we zochten. Althans, hij was niet onze kapitein, maar een vriend die meeging op onze toer (waarom vertelde hij niet, maar dat werd na een tijdje duidelijk). Nou ja, toch een opluchting, want hoewel we niet vooraf betaald hadden begon onze boeking toch een beetje te voelen als oplichting.

Kort hierna meldde onze kapitein zich, en ook hij bleek ruimschoots aan de beschrijving te voldoen. Of we nog maar even op een terrasje wilden gaan zitten, want hij moest nog gauw zijn auto wegzetten – maar daarna zou echt de transfer naar de boot beginnen. Omdat we geboekt hadden voor een “shared tour” keken we nog even of zich op een van de terrasjes aan de waterkant al een groepje bevond, maar dat was niet zo. Logisch, bleek toen we na de transfer (het oversteken van een grasveldje) bij de boot kwamen: wij waren de enigen, want het toeristenseizoen begint pas over een paar weken.

Vanaf dat moment ging het snel. We werden in de boot -een meter of acht lang en anderhalve meter breed, met gelukkig wel een baldakijntje boven de banken- geholpen / getild, de vriend ging in het midden van de achterste bank zitten en opende zijn eerste zak chips, de kapitein startte de (buitenboord)motor en we staken van wal. Eerst voorzichtig onder de eeuwenoude en vervolgens de iets nieuwere brug door, maar daarna ging het gas vol open en scheerden we weg over het spiegelgladde water van de daar al redelijk brede rivier (of was het nu een uitloper van het meer?). Dat spiegelgladde werd natuurlijk stevig doorbroken door de hekgolven van onze boot, en die van de tegenliggers die met vergelijkbare snelheden terugkeerden van hun toer. Bij het doorkruisen van de eerste daarvan begrepen we direct waarom we met twee zware jongens in de boot zaten: de vriend leverde met zijn naar schatting honderdvijftig kilo de broodnodige extra stabiliteit.

Door de hoge snelheid verrasten we menig waterhoen en fuut die nog net op tijd konden wegduiken, terwijl ander vogels verschrikt opvlogen. Een uitdaging om ze te fotograferen, maar hier bleek toch maar weer dat wat je in je jeugd leest op latere leeftijd nog best van pas kan komen: al die verhalen over hoe Biggles en zijn kameraden de Duitse Fokkers en Messerschmidts wist neer te halen, wierpen hun vrucht af. Richt je camera op een vast punt net naast de boeg en wacht tot een vogel de juiste koers vliegt om in je blikveld te komen, dat werkte. Een beetje, want dan moet je natuurlijk niet de afstandsinstelling op automatisch zetten: dat levert alleen maar mooie scherpe boegbeelden op, met daarnaast wat wazige vlekken waarin het geoefende oog kan herkennen dat het inderdaad een vogel is.

Los daarvan was het een mooie tocht met uitzicht op nabije en verre bergen, een bezoek aan een gebied waar pelikanen en aalscholvers lunchten en een tochtje door de “jungle”- die ons erg aan de Biesbosch deed denken. En de kapitein en zijn maat bleken heel vriendelijk: ze maakten foto’s van ons die we later toegestuurd kregen en we kregen een handje uit de tweede of derde zak chips. Bij terugkeer, anderhalf uur later, kregen we van hen de tip om te gaan eten in een leuk nieuw restaurant, en dat bracht ons inderdaad in de verleiding om nogmaals te lunchen in Casarogna (om de prijs hoef je dat niet te laten). Maar omdat een eenvoudig doch vriendelijk uitziend restaurantje, waar we even stopten voor een plaspauze, karper uit het meer op de kaart had staan, kozen we daarvoor. Beduidend minder verfijnd – de karper was waarschijnlijk gefrituurd- maar toch ook aangenaam.

Reacties

Reacties

Tineke

Hartelijk dank voor alweer een heel boeiend verhaal over jullie belevenissen in Montenegro e.o.!
Vooral de spannende boottocht op het meer sprak me erg aan. Ook weer mooie natuurbeschrijvingen.
Veel groeten. Tineke

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!